Als wetenschappers verbonden aan de vakgroepen ... ... , wensen wij onze bezorgdheid uit te drukken over het politieke akkoord over softwarepatenten dat de Europese Raad van Ministers op 18 mei 2004 bereikte. Het doel van de Lissabonstrategie om van Europa de meest competitieve kenniseconomie ter wereld te maken, ligt ook ons nauw aan het hart. Hoogstaand wetenschappelijk onderzoek en een bloeiende samenwerking met het bedrijfsleven zijn hiervoor onontbeerlijk. Bijgevolg staan wij volledig achter alle initiatieven die een gunstiger klimaat creëren voor onderzoek en ontwikkeling. Wij zijn echter van oordeel dat softwarepatenten, zoals voorgesteld door de Raad van Ministers, hier niet toe bijdragen. Door de praktijk van het Europese Octrooibureau te codificeren, worden tienduizenden reeds toegekende patenten op in computers geïmplementeerde wiskundige algoritmen en business methods onherroepelijk afdwingbaar over heel Europa. Zoals uit de bijlage bij deze brief blijkt, zijn dergelijke octrooien nefast voor het dynamische en innovatieve karakter van de ICT-sector. Terwijl gewone octrooien veelal een op een overeenkomen met producten, heeft men om een softwareproduct te maken vaak de rechten nodig op tientallen softwareoctrooien. Heeft men bijvoorbeeld vijftig licenties nodig, en vraagt elke licentiehouder twee procent van de omzet, dan blijft er niets over en komt het product nooit tot stand. Nog afgezien van het feit dat licenties geweigerd kunnen worden. Onlangs schreef een hooggplaatse NOKIA medewerker nog dat dit fragmentatieprobleem vooral niet moet worden opgelost omdat alleen grote bedrijven het kunnen hanteren - zoals zijzelf! Zelfs indien de kans groot is dat een patent in een rechtszaak zou worden verworpen, kunnen middelgrote en kleine bedrijven vaak onmogelijk de middelen opbrengen om zich tegen verschillende potentiële rechtszaken te wapenen. Nog erger is dat MKB-bedrijven in de praktijk meestal tot cross-licensing worden gedwongen wanneer ze zelf patenten bezitten, waardoor hun eigendomsrechten over zelf ontwikkelde innovatieve technologie verwateren. Bijgevolg verzinken de potentiële voordelen van softwarepatenten voor de meeste Nederlandse en Europese software-huizen in het niet bij de nadelen ervan. Een relatief nieuw verschijnsel zijn bedrijven zelfs niets produceren, maar uitsluitend octrooien verzamelen en licentievergoedingen ophalen. Deze zogenaamde patent-trollen buiten de zwakheden van het octrooisysteem uit, met rampzalige gevolgen. Anders dan met echte fabrikanten is met deze trollen ook niet te onderhandelen. Zijn procederen keihard tegen iedereen waar geld te halen is. Het Raadsvoorstel zet de deur wijd open voor dit gedrag. Het voorstel van de Raad van Ministers sluit “software als zodanig” uit zonder “software als zodanig” te definieren. Het voorstel bevat geen definitie van “technisch”, hetgeen er toe zal leiden dat niet alleen software, maar ook methoden van zakendoen patenteerbaar worden. In feite is “nieuw” het enige objectieve criterium voor het verkrijgen van een patent, maar ook dat is moeilijk te controleren want veel softwaretechnieken worden niet in de literatuur gedocumenteerd, laat staan "business methods".