= Debat Software-octrooien 10 maart 2005 =


ONGECORRIGEERD STENOGRAM
(Aan dit verslag kunnen geen rechten worden ontleend)

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
 * de brief van de minister van Economische Zaken over software-octrooien (21501-30, nr. 86).

(Zie vergadering van 8 maart 2005.)

De beraadslaging wordt heropend.

De '''voorzitter''': U hebt inmiddels een brief van de minister van 9 maart
jongstleden ontvangen. Die brief heeft twee bijzondere bijlagen, namelijk
cassettebanden. De leden van de Kamer hebben verder een notitie ontvangen
van het Onderzoeks- en verificatiebureau van de Tweede Kamer. Ik neem aan
dat de bewindslieden hiervan een afschrift hebben ontvangen.

Tijdens de eerste termijn van dit debat golden spreektijden van twee
minuten. Ik stel u voor in deze termijn de spreektijden te beperken tot een
of anderhalve minuut.

Aldus wordt besloten.


Mevrouw '''Gerkens''' (SP): Voorzitter. Ik wil beginnen met een woord van dank
aan het adres van de medewerkers van het Onderzoeks- en verificatiebureau
voor hun grondige en snelle onderzoek. Het was niet gemakkelijk om alles te
achterhalen.

Uit de tekst die wij hebben ontvangen, blijkt in de eerste plaats dat
de band inderdaad is uitgezet gedurende de periode dat onder meer de
minister van Economische Zaken het woord heeft gevoerd. De minister heeft
zich hierover in eerste termijn in stevige bewoordingen uitgesproken. Hij
zei onder meer dat de suggestie alleen al dat het geluid werd uitgeschakeld
op het moment dat hij het woord nam "te ridicuul voor woorden was". Hij
verzocht mij dit niet te zeggen tenzij ik daar bewijs voor had. Nu hij zelf
ook heeft ondervonden dat mijn bewering feitelijk juist is, zou ik het
netjes vinden als de minister zijn verontschuldiging uitspreekt voor deze
woorden.

In mijn ogen hebben zich vreemde zaken afgespeeld. In het verslag
staat dat de voorzitter zegt dat ook Polen en Portugal een B-item wilden.
Deze beide landen hebben tot op dat moment nog niet het woord gevoerd. Hoe
wist de voorzitter dit dan? Is dit voorafgaand aan de Raad besproken?

Hetzelfde geldt voor de beslissing van Denemarken. Denemarken geeft
aan dat het niet zal insisteren op een B-item, omdat de voorzitter dit
afraadt. Dat zegt Denemarken nadat het punt als A-item aan de orde is
geweest. Minister Brinkhorst zei in eerste termijn dat hij alleen kan raden
naar de redenen van Denemarken om voorafgaand aan de raad niet te
insisteren op een B-item.

Als ik dit alles bij elkaar optel, kan ik geen andere conclusie
trekken dan dat er vooroverleg is geweest. Ik kan de minister nu natuurlijk
vragen of hij aanwezig was bij dit vooroverleg en wat zijn opstelling dan
is geweest, maar laten wij eerlijk zijn, van de hoed en de rand zullen wij
nooit weten. Het is wel vreemd dat deze procedures buiten de Raad om worden
afgekaart. Dit is de minister nu misschien wel welgevallig, omdat hij op
weg wilde naar de tweede lezing, terug naar de inhoud zoals hij steeds
zegt.

Wat zegt dit echter over andere richtlijnen of andere politieke
akkoorden? Wat zegt dit nu als Nederland een volgende keer zelf een B-item
wil hebben? Zal de minister dan opstaan voordat de voorzitter het als A-
item behandelt? Zal hij dan van de voorzitter eisen dat hij een verzoek om
B-item behandelt zoals het hoort, namelijk door te vragen of er bezwaren
zijn tegen het B-item? Zal hij dan zeggen, zoals de staatssecretaris keer
op keer heeft verklaard: voorzitter, als een land om een B-item vraagt, dan
wordt het een B-item "unless the council decides otherwise" en niet "unless
the presidency decides otherwise".

Als het antwoord van deze minister van Democraten '66 hierop
volmondig ja is, en dat mag ik hopen, kan hij mij dan uitleggen waarom hij
het deze keer niet nodig vond om op te komen voor de democratie in de Raad
en waarom hij zijn mond heeft gehouden? In dit licht gezien is het vreemd
dat de minister niet heeft gezegd dat hij het verzoek van Denemarken
steunt, maar ook dat hij geen bezwaar heeft gemaakt tegen deze gang van
zaken. Ik zou graag nu van hem willen horen wat hij vindt van de gang van
zaken in de Raad en van het feit dat de procedures niet zijn gevolgd.

Het is voor mij nu moeilijk te beoordelen of mijn motie juist is
uitgevoerd, omdat het overleg over mijn motie kennelijk niet in de raad aan
de orde is geweest. Ik herhaal de woorden van de minister: "Welke redenen
Denemarken heeft gehad om voorafgaand aan de Raad niet te insisteren op een
B-item, kan ik enkel raden.". Ik kom tot het oordeel dat de juiste
procedures niet zijn gevolgd en dat deze minister zich heeft niet geroerd
toen dit gebeurde.
Ik vind dat treurig en het baart mij zorgen voor de toekomst. Ik ben daarom
benieuwd of ook de minister wil verklaren dat de juiste procedures niet
zijn gevolgd. Afhankelijk van zijn antwoord zal ik hierover wel of niet een
motie indienen.


De heer '''Vendrik''' (GroenLinks): Voorzitter. Ik bedank het OVB voor zijn
snelle werk.

De bewindslieden van Economische Zaken hebben gezegd dat Denemarken
de vrijdag voorafgaande aan de Raad voor het Concurrentievermogen is
medegedeeld dat Nederland Denemarken zou steunen als Denemarken zou
persisteren in de behandeling van de richtlijn als B-punt. Op de maandag
van de Raad blijkt Denemarken voor het zingen de kerk uit te zijn gegaan.
Ik heb begrepen dat de Deense minister na het horen van deze kwalificatie
in woede is ontstoken, maar dat moet het Deense parlement verder maar
uitzoeken.

Wat is er tussen vrijdag en maandag gebeurd? Is hierover op enig
moment of door de bewindslieden of door daartoe gemachtigde ambtenaren in
Den Haag of Brussel gesproken en, zo ja, met wie hebben zij dan gesproken?
Is door de bewindslieden of door hun ambtenaren gepersisteerd, ter
uitvoering van de motie van mevrouw Gerkens, dat ook Nederland vindt dat
dit punt als B-punt behandeld had moeten worden? Nederland had zich moeten
aansluiten bij het verzoek van Denemarken. Dat verzoek was immers gedaan.
Ik kan mij namelijk niets anders voorstellen dan dat de Denen in het
weekend nog eens rondgekeken hebben en dat zij hun wens duidelijk gemaakt
hebben.

De Nederlandse regering of daartoe gemachtigde ambtenaren hadden op
elk relevant moment tussen vrijdag en maandag moeten aangeven dat zij
Denemarken zouden steunen als dit land zou doorzetten. Dat werd namelijk in
de motie-Gerkens gevraagd. Is dat ook daadwerkelijk gedaan?

De heer '''Bakker''' (D66): De heer Vendrik suggereert dat de regering de
opdracht had om voor een B-punt te pleiten. Dat stond echter in de niet-
aangenomen motie van mevrouw Gerkens. In de motie die wel is aangenomen, de
tweede motie van mevrouw Gerkens, wordt de regering alleen maar gevraagd om
in een verzoek van een ander land om er een B-punt van te maken te
bewilligen. Alleen de tweede motie van mevrouw Gerkens zat dus in de
achterzak van de regering.

De heer '''Vendrik''' (GroenLinks): Voorzitter. In de door het OVB vertaalde
notulen is te lezen dat de Luxemburgse voorzitter om institutionele redenen
persisteerde in de behandeling van de richtlijn als A-punt. Dit is ook
bevestigd door de minister van Economische Zaken. Dat is een opvatting,
maar het was geen kwestie van kunnen: het was een kwestie van willen.

Waarom hebben de landen die voorstander waren van behandeling als een
B-item -- daarin gesteund door Nederland, zie de motie-Gerkens -- niet
gepersisteerd? Zij hadden toch zeker allemaal de behoefte aan een
inhoudelijk debat en wilden het niet als een procedureel puntje afhandelen.
Zij wilden een inhoudelijke discussie over de vraag of dit de
softwarerichtlijn is die Europa nodig heeft. Waarom is dat niet gebeurd?
Waarom is het geen B-item geworden? Waarom is de Luxemburgse voorzitter
niet tegengesproken en is hem niet aangegeven dat deze landen gelijk hadden
moeten krijgen.

In het transcript van de uitgesproken tekst van de Luxemburgse
voorzitter -- zie pagina 5 van het document van het OVB -- staat: ik weet
dat sommige van de lidstaten die ik heb genoemd -- Denemarken, Polen en
Portugal -- wilden dat het punt dat wij behandelen, een voorwerp van
discussie werd zoals punt-B in onze Raad. Ik begrijp niet goed waarom de
voorzitter toen niet voor de volledigheid heeft gemeld dat Nederland dit
verzoek steunt. Waarom heeft hij dat niet gedaan? Ik begrijp ook niet
waarom de minister van Economische Zaken deze omissie toen niet
onmiddellijk heeft rechtgezet?


De '''voorzitter''': U moet gaan afronden in deze heel korte tweede termijn.

De heer '''Vendrik''' (GroenLinks): Nadat de voorzitter met instemming van alle
leden al had geconstateerd dat het als A-punt zou worden behandeld, kwam de
tekst van de minister waarvan wij geen verslag hebben. Wij moeten de
minister op dat punt dus geloven dat hij alsnog melding heeft gemaakt van
het feit dat hij begrip heeft voor de positie van zijn Deense collega, of
woorden van gelijke strekking. Ik zeg het voorzichtig, maar dat is geen
ruimhartige uitvoering van de motie-Gerkens.



Mevrouw '''Kraneveldt''' (LPF): Voorzitter. In het eerste deel van het debat op
dinsdag heb ik er bij beide bewindslieden geen vinger achter kunnen krijgen
hoe zij zich qua woorden, taal en toon hebben ingezet om de wens van de
Kamer, verwoord in de motie-Gerkens, uit te voeren. Er lagen twee opties,
namelijk actief steunen of in ieder geval niet dwarsliggen. Dat kun je heel
minimaal invullen en dat is ook gebeurd. Er is nergens sprake geweest van
actief steunen. Van niet dwarsliggen is wél sprake geweest. Je kunt niet
dwarsliggen door je mond te houden en te zeggen dat je begrip hebt voor
Denemarken, maar je zou ook kunnen zeggen: wij hebben opdracht van het
parlement om niet dwars te liggen, dus geven wij Denemarken actief te
kennen dat wij ons dat voorstel kunnen voorstellen en er geen moeite mee
hebben. Je kunt zwijgen en alles maar op zijn beloop laten, maar je kunt
ook actief het een en ander zeggen.

Ook ik heb een aantal vragen die mevrouw Gerkens en de heer Vendrik
al hebben gesteld.

De '''voorzitter''': Als u dezelfde vragen hebt, dan hoeft u ze natuurlijk niet
te herhalen.

Mevrouw '''Kraneveldt''' (LPF): Ik zal heel kort zijn. Wat is er vóór het
weekeinde bij de permanente vertegenwoordiging gebeurd? Heeft de minister
alleen gezegd "wij hebben hier een motie-Gerkens en hier is ie" of heeft
hij ook gezegd hoe hij de motie zou gaan uitvoeren? Dat heb ik vorige keer
ook gevraagd en toen heb ik geen goed antwoord gekregen. Heeft Nederland in
de persoon van minister Brinkhorst of staatssecretaris Van Gennip
deelgenomen aan het diner dat voor de Raadsvergadering is gehouden? Is dit
onderwerp daar ter sprake gekomen en hoe dan?

De Kamer heeft de banden van de Raadsvergaderingen opgevraagd en
laten transcriberen en verifiëren. De conclusie luidt helaas dat wat de
minister in de Raad heeft gezegd, niet meer precies te achterhalen valt. Er
valt niet met zekerheid vast te stellen of en in hoeverre de minister voor
een B-punt heeft gepleit. Dat is natuurlijk hoogst onbevredigend en knap
frustrerend. De indruk dat beide bewindslieden op dit dossier op wel zeer
minimale wijze met de motie-Gerkens zijn omgegaan, kan bij mij dus niet
worden weggenomen. Dat vind ik jammer, want dat ik graag gezien. Ik vind
het eigenlijk nog veel erger dat de minister zich, even los van het
onderwerp software octrooien, niet heeft laten horen toen de Luxemburgse
voorzitter op wel zeer ondemocratische wijze de wens van het Europees
Parlement naast zich neerlegde en dat A-item erdoor drukte. Vindt de
minister dat de Luxemburgse voorzitter democratisch en procedureel juist
heeft gehandeld? Heeft de minister erbij gezeten en gezwegen of heeft hij
toch nog iets gezegd over de gang van zaken?

De heer '''Bakker''' (D66): Toen het Luxemburgse voorzitterschap deed wat het
deed, legde het toch geen wens van het Europees Parlement naast zich neer?
Er lag daar toch geen wens van het Europees Parlement op tafel? Het was
hooguit een wens van het Deense parlement.

Mevrouw '''Kraneveldt''' (LPF): Wij weten allemaal dat het Europees Parlement
heeft gezegd: wij moeten artikel 55 in werking roepen, want het is niet
goed gegaan en wij willen het nog een keer doen. Een paar weken geleden
konden wij ons natuurlijk niet voorstellen dat de Luxemburgse voorzitter
het erdoor zou drukken. Dit is toch gebeurd en dat vind ik knap
ondemocratisch. Ik vraag de mening van de minister daarover.

De heer '''Bakker''' (D66): Wij kunnen daarover allemaal gefrustreerd zijn, maar
dat was het punt daar gewoon niet.

De '''voorzitter''': Ik vind het in deze korte tweede termijn ook niet bijdragen
aan de geschiedenis van Europa als de heer Bakker en mevrouw Kraneveldt
hierover uitgebreid spreken. Mevrouw Kraneveldt gaat dus door.

Mevrouw '''Kraneveldt''' (LPF): De minister heeft in de krant en afgelopen
dinsdag gezegd dat kabinet en Kamer eigenlijk altijd al hetzelfde hebben
gewild. Ik heb gezegd dat ik dat een beetje raar vind, want als dat waar
zou zijn, dan hadden wij hier geen tig debatten met elkaar hoeven hebben.
Het kabinet had dan veel actiever moeten opereren, de Deense collega's
actief moeten steunen en ervoor moeten zorgen dat wij niet zouden zijn
geconfronteerd met de huidige situatie. Als het gaat om de motie-Gerkens,
dan geldt voor dit kabinet op dit dossier niet "wie zwijgt stemt toe", maar
"wie zwijgt laat het eigenlijk lelijk afweten". Ik hoop dat het Nederlandse
bedrijfsleven, vooral het MKB, daarvan niet de dupe wordt.



De heer '''Bakker''' (D66): Voorzitter. In het debat over de softwarepatenten
worden al weken de Europese institutionele verhoudingen, de opvattingen
over de softwarepatenten als zodanig, de procedures en op de achtergrond
zelfs nog de grondwet door elkaar gehaald. Een deel van de Kamer heeft ook
een absoluut wantrouwen in het verdere parlementaire proces, zowel dat in
Europa als dat in Nederland. Wij gaan nu de tweede lezing in. Er worden
nieuwe amendementen ingediend, ook op nieuwe onderwerpen. De Raad is in tal
van opzichten van mening veranderd. Er is een beweging zichtbaar in de
richting van een goede richtlijn. Er zal worden onderhandeld en daar zal
men goed uitkomen. Als dat niet gebeurt, hebben wij reden om heel boos te
zijn. Het gaat om het innoverend vermogen van de Europese industrie. Daar
hoort het debat over te gaan.

Alles wijst erop dat de tweede motie-Gerkens, die is aangenomen, is
uitgevoerd. Daarin werd gevraagd om er niet voor te gaan liggen. Er is voor
het weekend aan Denemarken te kennen gegeven dat die motie er was. Daaruit
bleek dat de Nederlandse regering het verzoek zou hebben gesteund als het
op een stemming zou zijn aangekomen. Het kwam niet op een stemming aan,
want Denemarken persisteerde niet na enige Luxemburgse druk. Het Deense
parlement heeft vastgesteld dat de Deense minister heeft gedaan wat het
parlement van hem wilde. Daarmee is volgens mij de kous af.

Men kan wel procedureel blijven stampvoeten, maar ik heb eerlijk
gezegd zo langzamerhand volstrekt genoeg van het procedurele gedram. Als ik
de mails lees die ik de afgelopen dagen hierover heb gekregen, vanuit het
kamp-Gerkens zal ik maar even zeggen, zit daar nog een hele cryptocampagne
tegen de grondwet achter ook. Als wij die grondwet hadden gehad, hadden wij
meer transparantie en meer democratie gehad. Er is dus alle reden om in
Europa de democratie te versterken en de transparantie te verbeteren. De
software moet niet worden gebruikt om Europa zwart te maken.

Mevrouw '''Gerkens''' (SP): Ik wil dat u die woorden terugneemt. Ik u twee e-
mails gestuurd, namelijk de moties die ik medeondertekend had willen
hebben. Een kamp-Gerkens, ik weet niet dat dit bestaat. De heer Brinkhorst
had het er in het vorige debat ook al over. Waarom stelt u mij steeds
verantwoordelijk voor mails die anderen versturen? Ik heb het woord
"grondwet" in de hele discussie niet in de mond genomen. Het gaat mij puur
en alleen om wat er is gebeurd in de Raad voor het Concurrentievermogen
afgelopen maandag en om de gevolgen daarvan voor het democratische proces
in Europa. Ik wil dat u die suggestie van tafel haalt.

De heer '''Bakker''' (D66): Het is mij de afgelopen vier of vijf weken waarin wij
steeds procedureel over dit onderwerp hebben gesproken opgevallen dat u
hetzelfde naar voren brengt als wat ik lees in de mails van de
antisoftwarepatentenlobby, die ik overigens inhoudelijk steun. Ik vind dat
een parlement dat het heeft over softwarepatenten niet allerlei procedureel
gedram of andere zaken van lobbyisten moet meenemen, maar zelf een
verstandige afweging moet maken tussen wat verschillende lobby's doen. Wij
moeten nu overgaan tot die verstandige afweging. Ik vind het echt
belachelijk dat een minister met een band, met het menu van het informele
etentje en liefst met de notulen van wat daar is besproken voor de Kamer
moet staan. Wij moeten het over de inhoud hebben. Het is echt over wat mij
betreft. Dat was mijn laatste zin. Tenzij er werkelijk wezenlijk nog nieuwe
feiten zijn die hier zouden blijken, is het ook echt het laatste dat ik
erover hebt gezegd. Als u nu volgende week weer komt, en dat zal wel, zeg
ik u nu al: ik hou ermee op.

Mevrouw '''Gerkens''' (SP): U schuift mij allerlei dingen in de schoenen. Ik heb
het in mijn termijn net niet gehad over het diner. Het zou kunnen dat u
mails krijgt over het diner en de notulen daarvan.

De heer '''Bakker''' (D66): Ik had het over uw kamp.

Mevrouw '''Gerkens''' (SP): Ja, dat snap ik. U schuift mij dus dingen in de
schoenen die helemaal niet bij mij horen.

De heer '''Bakker''' (D66): Jawel, want in het vorige debat is het bij u en ook
bij anderen trouwens.

Ik heb er eerlijk gezegd spijt van -- niet omdat ik er niet achter
stond, maar om alles wat erop is gevolgd -- dat ik destijds uw motie heb
gesteund. Ik wat het met de motie eens dat de Raad de ruimte moest bieden
aan de Commissie om positief te reageren op het verzoek van het Europees
Parlement. Dat is echter niet gebeurd.
En dan kunt u vervolgens wel alle Europese gebruiken, instituties en
afspraken, alsook regels overboord willen gooien uit drammerigheid over de
softwarepatenten in plaats van een beetje vertrouwen hebben in de kracht
van twee parlementen: in Brussel en hier. Daar houd ik mee op!

Mevrouw '''Gerkens''' (SP): Dat is precies mijn punt. Dat wil ik ook aan de heer
Bakker voorleggen. Het gaat mij al lang niet meer om het onderwerp
softwarepatenten, hoe belangrijk dat ook is. Het gaat mij om de juiste
procedures in de Raad. Volgens mij moeten wij daar met ons allen achter
staan. Ik denk aan een volgende keer met een andere richtlijn. Als wij in
dit parlement allemaal zeggen dat wij een B-item willen en als er hetzelfde
gebeurt, welke kracht hebben wij dan nog? Welke kracht hebben wij dus, als
wij niet achter onze eigen democratisch afgesproken regels staan?

De heer '''Bakker''' (D66): Daar ben ik het zeer mee eens. Dit betekent om te
beginnen dat wij moeten voorkomen dat zo'n debat ontstaat. Wij moeten dus
veel eerder voorkomen dat er een politiek akkoord ontstaat. Eerlijk gezegd,
hebben wij daarover al met elkaar van gedachten gewisseld. Er moet dan geen
B-punt op de rol komen te staan op basis waarvan deze discussie kan
ontstaan. U weet heel goed om welke reden de Denen niet hebben
gepersisteerd in hun standpunt. Als de procedure was gevolgd en als er
gestemd zou zijn, was daar namelijk geen meerderheid voor geweest van
Portugal, Polen, Denemarken en Nederland conform de motie-Gerkens II. Dan
houdt het op.

Mevrouw '''Gerkens''' (SP): U hebt het mis. Er hoeft niet over gestemd te worden.
De staatssecretaris heeft mij keer op keer laten weten dat, als enig land
vraagt om een B-item, het ook een B-item is "unless the Council decides
otherwise". Er hoeft dus niet vóór gestemd te worden; er moet dan tegen
gestemd worden. Mijn vraag is alleen: waarom is er in die Raad niet gezegd
"ik wil een B-item en wie wil dat niet"? Waarom is die procedure niet
gevolgd?

De heer '''Bakker''' (D66): Waarom gebeurt er in de gemeenteraad van Amsterdam
wel eens iets wat wij niet begrijpen?

Mevrouw '''Gerkens''' (SP): Het gaat nu niet over de gemeenteraad van Amsterdam.

De heer '''Bakker''' (D66): Wij zijn daar ook geen partij. Wij zijn een partij om
deze regering te beoordelen. Waar gaat het over? Dat is de vraag of de
motie uitgevoerd is. Hoe men in het Brusselse in dezen met elkaar omgaat?
Normaal gesproken wordt een A-punt nooit een B-punt. Dat is op basis van
een politiek akkoord dat maanden daarvoor is afgesloten. Men wil politieke
akkoorden niet voor eeuwig onmogelijk maken door elke keer politieke
akkoorden open te breken. Dat feit laat u nu wel buiten beschouwing.

Laten wij nu dus praten over de zaken waar het om gaat en niet dit
elke keer weer opblazen, alsof alleen u voor innovatie bent en wij allemaal
voor Philips en zo. Dat is flauwekul.

De heer '''Vendrik''' (GroenLinks): Volgens mij is de enige reden dat dit debat
in zekere zin uit de hand is gelopen, dat het Nederlandse parlement onjuist
is geïnformeerd en dat er vervolgens een politiek akkoord is gesloten dat
geen meerderheid heeft gevonden in dit parlement. En ..

De heer '''Bakker''' (D66): Dan hebben wij het over .

De heer '''Vendrik''' (GroenLinks): .. Misschien mag ik mijn zin afmaken?

De heer '''Bakker''' (D66): U praat er ook doorheen. Dan hebben wij het dus over
mei 2004. Dat debat hebben wij hier verleden jaar vele malen gevoerd. Nu
wordt het tijd om ons af te vragen hoe wij een betere richtlijn tot stand
kunnen brengen. U kunt wel elke week weer op uw poot gaan staan, maar dat
heeft geen zin. Dat is toch al allemaal erkend en al zeventien keer
besproken?

De '''voorzitter''': Ik hoor het ook zeventien keer achter elkaar. Ik maak nu
echt een einde aan de discussie met de heer Bakker. Ik geef het woord aan
de heer Van Dam.


De heer '''Van Dam''' (PvdA): Voorzitter. Ik ben echt hoogst verbaasd. Dat die
partij die al ongeveer veertig jaar zegt te strijden voor de democratie,
zegt: het interesseert mij eigenlijk geen bal of u dat in Brussel in de
grijze, informele circuits bespreekt; het interesseert mij geen bal hoe dat
gaat en hoe de procedures zijn of zouden moeten zijn; het interesseert mij
geen bal dat de hele besluitvorming wordt onttrokken aan elke vorm van
democratische controle. Dat interesseert mij, Bert Bakker van D66, geen ene
bal!

De heer '''Bakker''' (D66): Wat moet ik hier nu op zeggen?

De heer '''Van Dam''' (PvdA): Niets.

De heer '''Bakker''' (D66): Ik mag hier van u, voorzitter, ongetwijfeld niet
uitgebreid op reageren, maar dit is natuurlijk wel een provocatie. Ik zeg
hier dat Europa democratisch onder andere transparant moet zijn. Dan moeten
wij het daar ook over hebben! Daar moeten wij ook aan werken. Wij moeten
niet de procedure voor softwarepatenten tot het einde misbruiken om hier
een nummertje te maken. Die plaat is grijs gedraaid. Laten wij het nu over
de softwarepatenten praten. Laten wij opnieuw erkennen dat het verleden
jaar hierbij op Europees niveau fout is gegaan. Laten wij ook erkennen dat
wij het op Europees niveau allemaal liever anders hadden gezien. Wij kunnen
dus wel stampvoeten, maar wij kunnen er beter voor zorgen dat het beter
wordt. Daarover verschillen wij niet van mening. Ik vind het dus echt
flauwekul en heel flauw, een soort jij-bak, om het op deze manier naar
voren te brengen, alsof het ons niet zou interesseren. Kom nou, zeg!

De heer '''Van Dam''' (PvdA): Voorzitter. Voor alle helderheid: het is niet
flauw. Het moet vandaag in dit debat nu juist over gaan over de vraag in
hoeverre besluitvorming over dit onderwerp in Brussel op een transparante
wijze heeft plaatsgevonden. Wie het verslag van de Europese Raad leest, kan
alleen maar tot de conclusie komen dat de echte zaken gedaan zijn buiten de
vergadering. De echte zaken zijn geregeld in het informele circuit. Zij
zijn onttrokken aan elke vorm van democratische controle. Dat is naar mijn
mening de inzet van het debat dat wij nu voeren. Ik ben het eens met de
heer Bakker dat wij samen zij aan zij strijden voor de Europese grondwet
omdat die het allemaal zal verbeteren. Laten wij niet vergeten dat dit
voorstel er nooit door was gekomen wanneer de Europese grondwet al van
kracht was geweest, omdat er ongetwijfeld vier lidstaten waren geweest die
zich ertegen zouden hebben verzet.

Ik ben het met de heer Bakker eens dat dit debat ook de gelegenheid
biedt om een punt te zetten achter de procedure tot nu toe en een einde te
maken aan de hele discussie over de eerste lezing. Vorige week spraken wij
al over de mogelijkheid dit onderwerp opnieuw te agenderen op de Europese
Raad. Dat zou verstandig zijn geweest omdat wij er dan voor zouden hebben
kunnen zorgen dat een politiek akkoord tot stand was gekomen waarin de
belangen van de industrie, de kleine softwareontwikkelaars en de opensource-
ontwikkelaars met elkaar in balans worden gebracht. In de tweede lezing
wordt dat een stuk lastiger.

Ik heb er alle vertrouwen in dat het Europees Parlement het voorstel
ingrijpend zal amenderen. Daarover hebben mij al signalen uit Brussel
bereikt. Het zou veel makkelijker zijn geweest als het in de Europese Raad
in een goed akkoord was gegoten. Helaas ontbrak door het gedraai van D66
een Kamermeerderheid om het onderwerp als B-item op de agenda te plaatsen.
Wij hebben alleen maar gezegd dat de regering een verzoek van een andere
lidstaat moest steunen.

De afgelopen twee dagen hebben wij ons kunnen buigen over de vraag of
dit gebeurd is. Wie zich beperkt tot de besprekingen in de Europe Raad moet
constateren dat de minister zich rijkelijk laat mengt in de discussie die
ontstaat over de agendering als B-punt. Nu wij de door het Onderzoeks- en
Verificatiebureau vertaalde exacte tekst van de Denen in handen hebben,
blijkt dat de Denen hun verzoek niet op krachtige wijze naar voren hebben
gebracht. Zij hebben zich door de Luxemburgse voorzitter laten overrulen.
Het komt mij voor dat, zoals ook mevrouw Gerkens heeft opgemerkt, de
Luxemburgse voorzitter daarbij oneigenlijke argumenten heeft aangevoerd.
Het stelt mij zeer teleur dat de minister de voorzitter daarop niet heeft
aangesproken. Waarom niet, beste minister? Het zou voor de hand hebben
gelegen tegen de achtergrond van de moties die de Kamer eerder heeft
aangenomen. Toch is het allemaal best verklaarbaar. De minister heeft
gemeld dat al op vrijdag ambtelijk contact heeft plaatsgevonden met de
Denen.

Net als de heer Vendrik wil ik weten of tussen vrijdag en maandag nog
andere contacten hebben plaatsgevonden. Ik vermoed dat dit het geval is.
Hier komt het diner op zondagavond weer om de hoek kijken. Het gedrag van
de verschillende ministers in de Europese Raad doet vermoeden dat
voorafgaand aan de bespreking in de raad enige afstemming heeft
plaatsgevonden. Wie kan nu nog zeggen of dit contact gericht was op een
serieuze agendering van het onderwerp als B-item of dat de bedoeling ervan
was een mooi theaterstukje op te voeren in de raad om al die lastige
parlementariërs weer tevreden te stellen.

Dat is de ellende van Europa op dit moment. Voor controlerende
volksvertegenwoordigers valt niet na te gaan wat in de informele, grijze
Europese circuits gebeurt. Ik zou wensen dat wij allen daartegen zouden
knokken en zouden proberen om de besluitvorming in alle transparantie te
laten plaatsvinden.

Voor de beoordeling van de opstelling van de minister kunnen wij
alleen maar kijken naar de gebeurtenissen in de Europese Raad. Dan
constateer ik dat de Denen een slap voorstel hebben gedaan en dat de
minister daarop slap heeft gereageerd. Dat past in het gedrag van de
minister in dit dossier tot nu toe. Hij gaat niet ruimhartig om met de wens
van de Kamer. Ik laat mijn oordeel hierover afhangen van de beantwoording
door de minister.

Tot slot wil ik nog een opmerking maken over de motie Örgü die door
deze Kamer is aangenomen. Ik heb al enige malen gesteld dat de meest voor
de hand liggende interpretatie van een motie die uitspreekt dat een
richtlijn moet worden ingetrokken, is dat het kabinet vervolgens niet
meewerkt aan een verdere procedure rondom die richtlijn. Mevrouw Örgü heeft
in eerste termijn gezegd dat wij dit niet zo moeten interpreteren. Zij
meende dat de motie eigenlijk was uitgevoerd, terwijl er feitelijk vrijwel
niets mee is gebeurd. Blijkbaar hoeven wij de moties van mevrouw Örgü niet
serieus te nemen.

De '''voorzitter''': Hiermee zijn wij gekomen aan het einde van de tweede termijn
van de Kamer. Ik geef het woord aan de minister van Economische Zaken.


Minister '''Brinkhorst''': Voorzitter. Het verheugt mij dat de Kamer zo snel
heeft kunnen werken. Ik ben blij dat de feiten zijn zoals ik ze had
aangegeven. De stevige woorden die ik in dit verband gebruikt heb, waren
natuurlijk gebaseerd op de manier waarop met name mevrouw Gerkens en de
heer Vendrik zich hebben uitgelaten. Zij gebruikten termen als "een zwarte
dag voor de democratie, voor de software" en met de uitlating dat er iets
uitgeschakeld zou zijn, hebben zij op z'n minst de suggestie gewekt dat er
gemanipuleerd zou zijn op het punt van de openbaarheid. Ik laat dit verder
zoals het is, ik houd alleen staande dat er honderdvijftig mensen in die
zaal waren en dat die allemaal precies gevolgd hebben wat er gebeurd is.
Juist deze openbaarheid kenmerkt de Raad, in tegenstelling tot het
verleden.

Mevrouw '''Gerkens''' (SP): Wij hebben het er in eerste termijn ook al even over
gehad; ik heb het woord "samenzwering" niet in de mond genomen en ook het
woord "manipulatie" heb ik niet gebruikt. Ik heb alleen gezegd dat het
geluid werd uitgeschakeld en dat ik daardoor niet wist wat de minister had
gezegd. Ik heb niets gezegd over hoe het kwam dat het geluid werd
uitgeschakeld, ik heb ook niets geïnsinueerd. U doet nu weer alsof ik dat
zou hebben gedaan. U heeft grote woorden gebruikt, u heeft gezegd dat u mij
uitdaagde om het te bewijzen. Nu ligt het bewijs op tafel; wees dan ook zo
eerlijk om te zeggen dat u het bij het verkeerde eind had.

Minister '''Brinkhorst''': Wij kunnen het over die feiten eens zijn, het spijt me
dat het zo gebeurd is. Maar ik verontschuldig mij er niet voor dat ik heb
gezegd dat zowel de heer Vendrik als u de suggestie heeft gewekt dat er
hierbij gemanipuleerd zou zijn. Dat heb ik verworpen, maar goed, ik zal nu
tot de zaak zelf komen.

Mevrouw '''Gerkens''' (SP): Ik wil dit van tafel hebben, want ik heb die
suggestie niet gedaan. Leest u de Handelingen erop na, ik heb die suggestie
niet gedaan, ik heb u gewoon een vraag gesteld.

De heer '''Vendrik''' (GroenLinks): En for the record, ik herinner me nog heel
goed dat ik er een grap over heb gemaakt en ik herinner me ook nog heel
goed dat u er erg om moest lachen. En dan dit met terugwerkende kracht als
een serieuze beschuldiging aanmerken dat er iemand in een duistere hoek op
een strategisch moment een knop zou hebben omgedraaid? Kom nou, minister.

Minister '''Brinkhorst''': Voorzitter, ik zal hierop reageren met dezelfde lach
als die van de heer Vendrik. Zo is het geweest.

Maar nu de zaak zelf. Ik denk dat de gang van zaken aangeeft dat er
helemaal geen sprake is van een grijze situatie. Ik zal in detail uitleggen
wat er aan de hand was. Mevrouw Gerkens en de heer Vendrik vroegen zich af
of er vooroverleg is geweest. Maar natuurlijk, zoals ook in iedere fractie
in het parlement. Absolute openbaarheid is hetzelfde als absolute
geheimhouding. Het gaat om openbare verantwoording, in dit huis en elders.
De spelregels zijn in de Europese Unie soms wat anders, maar natuurlijk
gaat het om openbare verantwoording. Stel je voor dat de fractie van de SP
of die van GroenLinks alle standpunten in de openbaarheid zou voorbereiden,
inclusief alle discussies die ermee verband houden. Zo is het niet, dat
weten wij allemaal. En dit heeft niets te maken met een grijze tussenfase
in Brussel, het gaat mij om dit suggestieve woordgebruik.

Wat is er gebeurd? Vrijdag in de namiddag heeft Denemarken om een
inventarisatie gevraagd, men heeft geen verzoek gedaan om er een B-punt van
te maken. Bij die inventarisatie is er namens de Nederlandse regering
gezegd - de staatssecretaris is erbij betrokken geweest - dat zij het zou
steunen als de Deense regering om een B-punt vroeg, geheel conform de
tweede motie-Gerkens. Het Luxemburgse voorzitterschap heeft uiteraard als
belangrijkste taak, de procedures goed te laten verlopen en ervoor te
zorgen dat processen niet belemmerd, maar bevorderd worden. De situatie is
dat er al tien maanden geleden een akkoord is bereikt en dat het proces om
een betere wetgeving op het gebied van software te maken, al tien maanden
wordt opgehouden. Het voorzitterschap heeft zich dan ook afgevraagd of het
wel verstandig zou zijn, er een B-punt van te maken terwijl er nog geen
nieuwe positie van de Commissie in het geding is; dat kan ook pas in tweede
lezing.

Dat is geen manipulatie. Dat is een afweging die te maken heeft met de
wenselijkheid om tot nieuwe besluitvorming te komen. Het voorzitterschap
heeft daarbij een taak. Ik ga zelfs een stap verder en daarbij wil ik mij
niet beperken tot een bepaald beleidsterrein. Het doet er dan dus niet toe
of het over dit onderwerp, over de varkensmest of over een ander onderwerp
gaat. De opmerking van de heren Van Dam en Vendrik was in dit verband
terecht. Het gaat namelijk om het proces van besluitvorming en de
voorzitter moet zich afvragen waarmee dat het meest is gediend. Het
voorzitterschap heeft dat gedaan.

Heb ik bij dat proces een rol gespeeld? Jazeker. Op zondagavond
hebben wij een diner gehad. Tijdens zo'n diner worden informele gesprekken
gevoerd. Ik heb aan de Deense minister, mijn collega Bendtsen, gemeld dat
als Denemarken het verzoek zou doen, Nederland dat zou steunen. Dat is de
situatie. De Luxemburgse voorzitter zei toen: wij zouden het waarderen als
wij een eenmaal gesloten politiek akkoord -- nogmaals, een akkoord van mei
2004 -- kunnen afronden, zodat wij tot de tweede lezing kunnen overgaan.
Met vertegenwoordigers van andere lidstaten heb ik geen gesprek gehad.
Niemand had erg veel belangstelling voor dit onderwerp. De Portugezen en de
Polen heb ik er niet over gehoord.

Wat is er vervolgens gebeurd? Er is nader overleg geweest. Daar is
niets verkeerds aan. Iemand kan op zijn standpunt terugkomen. De Deense
minister heeft toen gezegd: alles afwegende meen ik dat wij betere
resultaten kunnen bereiken in de tweede termijn als wij nu niet persisteren
bij het b-punt. Ik ondersteun nu de opmerking van de heer Bakker krachtig.
Als het tot stemming was gekomen op grond van artikel 3.8 had een grote
meerderheid van de lidstaten tegen het opnieuw opvoeren van een b-punt
geweest. Het voorzitterschap is de enige die in zo'n proces alle lidstaten
kan beoordelen en het heeft de juiste afweging gemaakt. Dat neemt niet weg
-- ik ben blij dat dat door verschillende afgevaardigden wordt gezegd --
dat de Nederlandse regering volstrekt volgens de letter heeft gehandeld
door datgene te doen wat zij heeft gedaan.

Voorzitter. Het punt dat mevrouw Gerkens te berde bracht is eigenlijk
een algemeen punt. Deze gang van zaken toont inderdaad aan dat het hoog
tijd is dat de Tweede Kamer en de regering tot nieuwe afspraken komen over
het voortraject van Europese wetgeving. Hierover heb ik dinsdag ook
gesproken. Economische Zaken heeft voor de Tweede Kamer een pilotproject
bedacht. Met dat project willen wij nagaan of met de implementatiewetgeving
van Economische Zaken tot een betere balans kan worden gekomen, zodat de
Kamer in het voortraject van Europese wetgeving beter bij het proces wordt
betrokken. Daarvoor zullen de spelregels nog nader moeten worden bepaald.
Ik merk in dit verband op dat de gang van zaken met de softwareoctrooien
mij niet erg enthousiast heeft gemaakt, maar dat is een andere zaak. Wij
moeten nagaan hoever wij kunnen komen. In het natraject, als de richtlijn
eenmaal tot stand is gekomen, zouden wij dan via de executieve lijn, via
een AMvB, tot regels moeten komen. Het ontwerp voor deze procedure is bij
de Kamer ingediend. Ik heb dit vooral gedaan omdat ik op dit punt ervaring
heb met het Nederlands parlement, het Europees parlement, de Europese
Commissie, de Europese Raad en de Nederlandse regering. Het zou mij een
lief ding waard zijn als het Nederlandse parlement zich wat meer aantrok
van de Europese wetgeving op het moment dat dat er nog wat toe doet. Er is
nu sprake van een collectieve nalatigheid. Daarop spreek ik niemand
persoonlijk aan. De Nederlandse regering en ook het Nederlands parlement
hebben boter op hun hoofd. Dat geldt voor alle politieke partijen, ongeacht
of zij nu wel of niet deel uitmaken van de regering. Laat daarover geen
twijfel bestaan. Dit is dus mijn inzet en ik vind nog steeds dat ik hiermee
de weg heb aangegeven.

De heer Vendrik heeft nog een paar speciale punten aan de orde
gesteld. Wat is de afweging van de Deense regering geweest? Overigens, de
Deense collega is absoluut niet in woede ontstoken. De opmerking daarover
is een canard. Gistermiddag heb ik nog met hem gesproken en dat was een
zeer aangenaam gesprek. Hij vroeg mij wat de vertaling voor is van "voor
het zingen de kerk uitgaan"?

De '''voorzitter''': Ik meen dat wij de heer Vendrik een bordje moeten geven met
daarop het woord "ironie", zodat hij dat af en toe kan opsteken. Dat zou de
communicatie verbeteren.

Minister '''Brinkhorst''': Wij moeten duidelijkheid verschaffen, want ik wil niet
dat er ook maar iets verborgen blijft bij deze gang van zaken. De heer
Bendtsen vroeg dus wat de vertaling was van "voor het zingen de kerk
uitgaan." Toen heb ik verteld hoe het er in de protestantse kerk aan
toeging en hoe in de katholieke kerk. De conclusie was in ieder geval dat
hij vanmorgen om half acht een speciale zitting had met het Deense
parlement. Hij is ongeschonden uit het debat gekomen. Hij heeft gemeld dat
hij daarna met vakantie is gegaan en ik verwacht dat het nu rustig is in
Denemarken. Ik hoop dat het na dit debat ook in Den Haag rustig is.

De heer Vendrik heeft mij ook gevraagd wat ik vind van het Luxemburgs
voorzitterschap. Ook mevrouw Kraneveldt heeft hierover gesproken. De heer
Van Dam heeft mij verweten dat ik dat "collegeachtig" deed, maar afgelopen
dinsdag heb ik gezegd dat sprake is van een fundamenteel verschillende
positie tussen de driehoeksverhouding Commissie-Raad-Parlement en de
tweezijdige verhouding in het nationale kader. Waarom heeft het Luxemburgse
voorzitterschap de institutionele plicht om tot afronding van de
besluitvorming te komen? Omdat, voordat het komt tot een nieuwe interventie
van de Commissie, zij institutioneel verplicht is eerst het eigen proces af
te ronden. Om die reden heeft de Commissie negatief gereageerd toen de
staatssecretaris vrijdagmiddag de vraag op tafel legde of de Commissie
bereid was haar voorstel terug te nemen. Daar is niets ondemocratisch aan.
Het is alleen een andere procedure dan in dit huis en in de meeste andere
parlementen gebruikelijk. Als dit parlement zich in de komende tijd wat
meer met Europa bezighoudt in een tijd dat dat ertoe doet, omdat de
Europese democratie wezenlijk is, zal het ervaren dat dit een heel goede
procedure is, die ertoe kan leiden dat besluitvorming snel wordt afgerond.

Waarom heb ik dit niet rechtgezet? Omdat de vraag niet aan de orde
was.

De heer '''Vendrik''' (GroenLinks): Ik heb het antwoord niet helemaal begrepen.
Ik heb gevraagd waarom de minister niet ter plekke tegen de voorzitter
heeft gezegd: wij steunen het verzoek van Denemarken, Portugal en Polen om
hier een B-punt van te maken.

Minister '''Brinkhorst''': Omdat die vraag niet aan de orde was. Het was een zeer
uitzonderlijk debat. De vergadering wordt geopend door de voorzitter, die
de agenda en vervolgens de lijst van A-punten vaststelt. A-punten zijn
punten waarover op het niveau van Coreper, het comité van permanente
vertegenwoordigers, overeenstemming is bereikt. In dit specifieke geval
heeft de voorzitter de situatie geïnventariseerd. Vóór de raad was hij tot
conclusie gekomen dat er geen meerderheid zou zijn, of Nederland nu voor of
tegen had gestemd. Om tijd te besparen heeft de Deense regering gereageerd
zoals zij gereageerd heeft. In die context was het evident dat mijn
verklaring, die door 150 personen is aangehoord, was zoals zij was.

De heer '''Vendrik''' (GroenLinks): De minister vond het nodig om die verklaring
af te leggen, maar het klinkt een beetje als mosterd na de maaltijd. De
voorzitter zegt dat sommige van de lidstaten die hij noemde, Denemarken,
Portugal en Polen, wilden dat dit punt een B-punt zou worden. Daar had dan
toch bij moeten worden gezegd dat dat gesteund werd door Nederland?

Minister '''Brinkhorst''': De voorzitter sprak van "onder andere". Impliciet gaf
hij aan dat er geen meerderheid was om er een B-punt van te maken. In die
situatie vind ik het heel begrijpelijk dat de Deense vertegenwoordiger niet
heeft gepersisteerd bij zijn verzoek om er een B-punt van te maken.

De heer '''Vendrik''' (GroenLinks): Er wordt niet gesproken van "onder andere".
Het gaat over Denemarken, Polen en Portugal. De voorzitter zegt dat hij
niet aan de wens kon voldoen. Punt.

Minister '''Brinkhorst''': Op grond van zijn consultaties heeft hij moeten
concluderen dat een aantal lidstaten een wens had, maar dat hij het toch
anders moest doen.


Mevrouw '''Gerkens''' (SP): U zei net dat u het belangrijk vindt dat dit stukje
van het debat openbaar te volgen is met beeld en geluid, omdat er sprake
moet zijn van transparantie en helderheid. In het reglement staat verder
onder 3.8 dat als iemand een A-item vraagt ...

Minister '''Brinkhorst''': Een B-item vraagt.

Mevrouw '''Gerkens''' (SP): Er staat: een A-item.

Minister '''Brinkhorst''': Er staat: als iemand van een A-item een B-punt wil
maken.

Mevrouw '''Gerkens''' (SP): Zo kun je het vertalen, maar het staat er anders. Er
staat: als iemand een A-item vraagt, dan gebeurt het gewoon, tenzij de Raad
bezwaar maakt. De staatssecretaris heeft dit hier ook al een paar keer
gezegd. Waarom hebt u echter geen bezwaar gemaakt tegen die rare zin van de
voorzitter? Hij zei: ik kon niet aan uw wens voldoen. In het Frans staat
er: je n'ai pas pu l'accepter; ik heb het niet kunnen accepteren dat iemand
een B-item heeft gevraagd. Dat is toch vreemd? Als iemand een B-item
vraagt, moet de voorzitter gewoon zeggen dat dit er komt. Vervolgens kunnen
lidstaten daar bezwaar tegen maken en kan de voorzitter inventariseren of
een meerderheid daar bezwaar tegen maakt. Dat zou een goede procedure zijn
geweest. Waarom hebt u zich niet ingezet voor de transparantie en hebt u
niet gezegd dat u die procedure helder wilde hebben?

Minister '''Brinkhorst''': Omdat het niets met transparantie te maken heeft. Wij
gaan nu weer terug naar af. Het voorzitterschap heeft op grond van de
overwegingen die ik net heb aangegeven, geconcludeerd dat het verstandig
was om door te gaan. De Deense minister, die in eerste instantie aan zet
was, heeft om hem moverende redenen gemeend, te moeten afzien van het
vragen van een B-punt. En dat is precies het punt waar de heer Van Dam het
over had.

Mevrouw '''Gerkens''' (SP): De Deense minister heeft duidelijk gezegd dat hij een
B-item wilde, maar dat hem verteld was dat dit om procedurele redenen niet
kon. Dat is echter onzin.

Minister '''Brinkhorst''': Hij komt tot de conclusie dat het verstandig is om
niet te persisteren. Als hij dat niet had gedaan, was zijn verzoek
vervolgens afgestemd en hadden wij nog weer vijftien minuten verloren. Dat
was de situatie. Nogmaals, ik ga daar niet over. Het waren de overwegingen
van de Luxemburgse voorzitter en de Deens regering. Ik zeg alleen dat het
Luxemburgse voorzitterschap volgens mij een correcte procedure heeft
gevolgd. Wat de motivatie van de Deense minister is geweest om niet te
persisteren bij een B-punt, is zijn zaak.

Mevrouw '''Gerkens''' (SP): Hoe kunt u nu zeggen dat er een volstrekt correcte
procedure is gevolgd? De voorzitter zegt: ik kan niet accepteren dat iemand
een B-item vraagt, want dat is slecht voor het politiek akkoord. Hoe kunt u
dat accepteren?

Minister '''Brinkhorst''': Misschien mag ik het nog een keer uitleggen? In de EU
bestaat de situatie dat het voorstelrecht van de Europese Commissie is
uitgewerkt op het moment dat het voorstel is gedaan. Vervolgens
onderhandelt enerzijds de Raad en anderzijds het Parlement. Dat is de
driehoeksverhouding. Het voorzitterschap was van mening dat de voortgang
van het dossier inzake het softwareoctrooi er het meest bij gediend is dat
de procedure zo snel mogelijk in tweede lezing wordt afgerond. Dat heeft
echter niets te maken met een gebrek aan democratie of een kwalijke reuk
waarin de Brusselse besluitvorming staat. Dat is een normaal proces. Ik heb
ook al gezegd dat ik, als dit onder het Nederlandse voorzitterschap was
gebeurd, waarschijnlijk precies dezelfde positie had ingenomen. Wat mij
betreft, is de kous daarmee af. Wij kunnen daar nog lang over praten, maar
dat zijn de feiten. De heer Van Dam heeft, naar mijn gevoel terecht, al
twee dagen geleden geconcludeerd dat de motie naar de letter is uitgevoerd.

Mevrouw '''Gerkens''' (SP): Daarmee zegt u dat de bepaling in het reglement dat,
als enige lidstaat verzoekt om een onderwerp als A-item van de agenda te
halen, dit verzoek wordt ingewilligd tenzij de Raad anders besluit,
overruled kan worden als de voorzitter in zijn wijsheid besluit dat het
tijd is om door te gaan.

Minister '''Brinkhorst''': Dat zeg ik niet. Ik begrijp niet waarom het voor
mevrouw Gerkens zo vreselijk ingewikkeld is om dat te horen. Als de
lidstaat Denemarken had gepersisteerd en had gezegd dat het toch een B-punt
moest worden, dan had het voorzitterschap dit in stemming gebracht. In dat
geval was ik waarschijnlijk een van de eersten geweest om te zeggen dat ik
het daarmee eens was. Ik zou daar ook vóór gestemd hebben. Het
voorzitterschap heeft evenwel anders besloten. Ik weet niet hoe het in de
SP-fractie gaat, maar in mijn toenmalige fractie hadden wij van te voren
altijd een discussie. Als een paar leden dan tegen bleken te willen
stemmen, gingen wij met elkaar praten om te bekijken of wij er gezamenlijk
uit konden komen. Soms lukte dat, soms niet. In de D66-fractie duurde zo'n
discussie vaak wat langer, want zij bestaat uit individualisten.


De '''voorzitter''': Wilt u zich tot de softwarepatenten beperken?

Minister '''Brinkhorst''': Ik wil alleen maar duidelijk maken dat het over een
vorm van besluitvorming gaat. Mevrouw Gerkens heeft daar ook een aantal
jaren ervaring mee. Het verbaast mij dat zij, zodra het over de Brusselse
besluitvorming gaat, het gevoel heeft dat er kwade geniussen aan het werk
zijn geweest. Er is een volstrekt normale procedure gevolgd.

Mevrouw '''Gerkens''' (SP): Bend Bendtsen zegt dat hij hier graag een B-item van
wil maken. Hij vervolgt dan: ik heb van uw opmerking notitie genomen dat u
dit niet kunt accepteren omdat er slechts sprake is van de formele
bevestiging van de politieke eensgezindheid van mei vorig jaar zodat de
zaak verder kan in het Europees Parlement. De voorzitter heeft hem verteld
dat hij niet kan vragen om er een B-item van te maken. Tot twee keer toe
merkt hij op toch van mening te zijn dat het een B-item moet zijn. Die
procedure was niet correct. Het is niet gegaan volgens de afspraken in de
Raad. Ik vraag mij af waarom u zich hierin niet geroerd heeft.

Minister '''Brinkhorst''': Dat heb ik uitvoerig uiteengezet. Er is geen B-punt
gevraagd door Denemarken.

De heer '''Van Dam''' (PvdA): Dit punt intrigeert mij. Mevrouw Gerkens zei al dat
dit over meer gaat dan alleen dit dossier. Wij hebben in dit geval te maken
met de wijze waarop de Europese besluitvorming verloopt. Het lijkt mij goed
om het daar eens met elkaar over te hebben, juist in de komende maanden. De
voorzitter van de Raad zegt dat sommige lidstaten dit punt graag als B-item
willen agenderen. Die lidstaten moeten dat dus kenbaar hebben gemaakt.
Alleen als een meerderheid van de Raad dat blokkeert, gebeurt dat niet.
Vervolgens zegt de '''voorzitter''': dat kan allemaal wel zo zijn, maar wij doen
het toch niet. Waarom hebt u, als democraat, niet gezegd: wacht eens even,
er is afgesproken dat een dergelijk verzoek in stemming wordt gebracht als
ook maar één lidstaat daarom vraagt? Nu hebben drie lidstaten aangegeven
het opnieuw te willen agenderen. U als democraat heeft zich echter niet
geroerd.

Minister '''Brinkhorst''': Ik laat de verschillende invectieven voor rekening van
de heer Van Dam. Hij suggereert nu dat de Deense minister daarna niet het
woord heeft genomen. Hij heeft dat wel gedaan en gezegd, er verder van af
te zien. Hij wilde alleen nog een schriftelijke verklaring afleggen.

De heer '''Van Dam''' (PvdA): Dat klopt volgens mij niet. De Deense minister
geeft nogmaals aan dat hij graag zou zien dat het punt als B-item op de
agenda komt.

Minister '''Brinkhorst''': Het spijt mij zeer, maar ik heb daar een andere
interpretatie van. U hebt trouwens zelf gezegd dat de motie naar de letter
is uitgevoerd. De Deense minister kwam tot de conclusie dat er geen
meerderheid zou zijn, ongeacht de vraag of Nederland, Polen en Portugal
iets zouden doen. Vervolgens wil hij een verklaring afleggen. Hij heeft dat
natuurlijk zo gedaan op basis van vooroverleg. Om die reden heb ik ook naar
de besluitvorming in dit huis verwezen. Natuurlijk wordt er tevoren over
het stemgedrag gesproken. De voorzitter weet dat een grote meerderheid
eindelijk eens over de softwarepatenten zelf wil praten en niet langer over
procedures. Het is dus volstrekt begrijpelijk dat mijn Deense collega zegt
dat hij een verklaring af wil leggen. Ik begrijp nog steeds dat de heer Van
Dam dat niet wenst te accepteren.

De heer '''Van Dam''' (PvdA): Voor het verslag het volgende. U zegt steeds dat ik
geconcludeerd heb dat de motie naar de letter is uitgevoerd, maar dat ging
over een andere motie. Nu hebben wij het over de motie-Gerkens en ten
aanzien daarvan heb ik die conclusie niet getrokken. Ik heb al gezegd dat
ik mij een mening hierover zal vormen naar aanleiding van dit debat.

De Deense minister zegt: zoals u weet, is het de wens van Denemarken
dat het voorstel betreffende het patenteren van compuntergeïmplementeerde
uitvindingen als B-punt op de Raadsvergadering wordt behandeld. Even later
zegt hij: ik vind het nog steeds het beste, de zaak als een B-punt te
behandelen, maar als dat niet kan, zal ik het formele aannemen van het
voorstel niet in de weg staan. Hij zegt niet: als de Raad mij dat niet
toestaat. Toen had u moeten zeggen: Dat kan best, maar dan moeten wij het
nu even in stemming brengen.

Minister '''Brinkhorst''': Dan gaat de heer Bendtsen door -- ik heb hier de
Engelse tekst --: "I will have therefore regretfully submit a written
statement...". Vervolgens zegt hij: "The point in that statement would be
percieved by us when this matter is back to the Council after European
Parliament has concluded its second reading." Dus hij komt tot de conclusie
dat het verstandig is dat het punt van de inhoud terugkomt na de "second
reading". Daar is geen woord Frans bij.

De heer '''Van Dam''' (PvdA): Daar was zeker geen woord Frans bij. Voor alle
helderheid, die Deense minister zegt dus: als het niet kan, zal ik formele
aanname niet in de weg staan. Er is dus op dat moment niemand in die Raad
die hem erop wijst dat er bepaalde procedures zijn afgesproken en dat het
wel kan. Er is niemand die zegt: als u dat wil, als nog twee lidstaten dat
willen en als andere lidstaten dat steunen, kan dat en dan gaan wij dat
doen.

Minister '''Brinkhorst''': Ik zal even beeldend schetsen hoe die Raad eruitziet.
De raadszaal in Brussel is ongeveer anderhalf keer zo groot als deze
vergaderzaal. Er zijn 21 cabines met vertalers. Er is een buitenring van
ambtenaren. Er is een binnenring van ministers en daarnaast is er nog een
binnenring. De afstand tussen mij en de Deense minister is ongeveer zo ver
als de afstand van mij tot het geachte lid van de VVD dat aan het eind van
deze zaal zit.

De '''voorzitter''': Nu gaat u zijn naam zeggen.

Minister '''Brinkhorst''': De heer Szabó. Eigenlijk wilde ik even kijken of hij
ook meeluisterde. Hij luistert gelukkig mee.

De heer Bendtsen spreekt in het Deens. Dan duurt het meestal een
aantal seconden voordat de vertaling er is. Hij spreekt gewoon verder door
en aan het eind van zijn conclusie kunnen er vragen gesteld worden. Het zou
heel onbeleefd zijn als 21 lidstaten hem tussen die procedures door zouden
interrumperen. Dat doen wij hier wel, maar wij spreken hier Nederlands.
Minister Bendtsen heeft dus zijn speech afgerond. Zijn laatste woorden
waren: ik insisteer niet, maar ik ga door want ik vind dat er een tweede
reading moet komen. Wat is daar verkeerd aan? Het is een volstrekt normale
procedure. Ik heb er problemen mee dat in dit debat iedere keer de
suggestie wordt gewekt dat er allemaal vreemde manipulatieve bewegingen
zijn, dat men elkaar in Brussel probeert beentje te lichten. Voorzitter, er
wordt in Brussel niet meer en niet minder beentje gelicht dan in dit huis.

De heer '''Vendrik''' (GroenLinks): Oh, dus het gebeurt wel!

Minister '''Brinkhorst''': Zoals u heel goed weet, ook in dit huis.

Voorzitter. De heer Van Dam heeft eigenlijk niets nieuws te berde
gebracht. Hij heeft gevraagd wat de oneigenlijke argumenten van de
Luxemburgse regering waren. Die heb ik genoemd. Het klopt inderdaad dat het
gedrag doet vermoeden dat er afstemming heeft plaatsgevonden. Daar is niets
verkeerds aan. Ik zou het afschuwelijk vinden als ik zou moeten constateren
dat de heer Van Dam als hij hier spreekt geen dingen heeft afgestemd met
zijn fractie. Dan zou ik niet denken dat hij met veel gezag spreekt.

Voorzitter. Ik concludeer dat wij zo snel mogelijk moeten proberen
met elkaar tot nieuwe regelingen te komen en dat wij in dit huis, voordat
Europese wetgeving tot stand komt, daaraan aandacht besteden. Zo is er een
betere dialoog mogelijk. Als dat zou kunnen gebeuren, is dit debat toch nog
voor iets goed geweest.

Staatssecretaris Van Gennip: Voorzitter. Ik kan heel kort zijn. De heer
Bakker zei dat het debat over de inhoud hoort te gaan. Ook de heer Van Dam
refereerde aan de inhoud. Hij stelde dat wij een punt moeten zetten achter
de procedure, zodat wij verder kunnen gaan met de discussie hoe wij de
balans vinden tussen grote bedrijven en kleine bedrijven. Mijn antwoord
daarop is natuurlijk "ja graag, laten wij verder gaan met die inhoud".
Zoals ik gisteren heb geschetst zal ik ervoor zorgen dat wij in Nederland
goed op de hoogte zijn van het proces in Brussel en dat het parlement bij
de Nederlandse inzet is betrokken, zodat wij als Nederlandse lidstaat een
constructieve en actieve bijdrage kunnen leveren in die tweede lezing.
De '''voorzitter''': Het is mij gebleken dat er behoefte is aan een derde
termijn. Ik stel voor hiertoe gelegenheid te geven.
Daartoe wordt besloten.

De vergadering wordt van 17.05 tot 17.10 uur geschorst.



Mevrouw '''Gerkens''' (SP): Voorzitter. Ik ben van mening dat de procedures in
Europa niet op de juiste wijze zijn gevolgd. Daarover heb ik een debat
gevoerd met de minister, maar hij is het niet met mij eens. Ik vind de
manier waarop het is gegaan niet acceptabel. Dat zeg ik niet alleen in het
licht van de nu gevoerde discussie over softwarepatenten, maar vooral in
het licht van alle andere discussies in de toekomst waarbij zich dit nog
voor kan doen. Ik dien daarom de volgende motie in.


{{{
De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er door de lidstaten in Europa procedures zijn afgesproken
op welke wijze onderwerpen behandeld worden in de Raad;

constaterende dat op de afgelopen Raad van concurrentievermogen niet de
juiste procedures zijn gevolgd;

spreekt uit dat dit niet acceptabel is;

verzoekt de regering deze gang van zaken af te keuren en dit de Raad van
ministers in Europa schriftelijk te laten weten,

en gaat over tot de orde van de dag.
}}}

De '''voorzitter''': Deze motie is voorgesteld door de leden Gerkens, Vendrik en
Kraneveldt. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 88 (21501-30).


De heer '''Vendrik''' (GroenLinks): Voorzitter. Zoals ik al in een interruptie
tegen de heer Bakker zei, is deze ellende volgens mij dit voorjaar
begonnen, toen de Tweede Kamer door de bewindslieden van Economische Zaken
verkeerd is geïnformeerd. Er lag ineens een politiek akkoord, zonder
instemming van een meerderheid van het parlement. Dat is inderdaad
uitvoerig besproken. De heer Bakker ging terug in de geschiedenis.
Misschien is het daarom verstandig om het beginpunt van deze ellende nog
even te memoreren. Daar is het begonnen. Gelukkig zijn wij het daarover
eens.

Nadien heeft een deel van de Kamer in verschillende debatten met deze
bewindslieden erin gepersisteerd dat zij iets van de opvatting van de
Kamermeerderheid zouden laten terugkomen, de opvatting namelijk dat de
softwarepatentenrichtlijn zoals die in het politiek akkoord was verwoord,
niet aangenomen had mogen worden.

Ik heb de bewindslieden verschillende keren ertoe opgeroepen daarin
een zekere ruimhartigheid te betrachten. Ik zal het even heel plat zeggen:
wij hebben u gematst, doet u het ook eens andersom. Normaliter is het niet
informeren of het onjuist informeren van het parlement een doodzonde. Die
ruimhartigheid ben ik in de vele debatten niet tegengekomen. Ik dank de
minister en de staatssecretaris voor hun antwoord van vanmiddag, maar ook
in dat antwoord ontbreekt die ruimhartigheid. De verschillende moties die
de Kamer heeft aangenomen, waren misschien niet altijd even consistent door
de opstelling van de verschillende partijen, maar het blijft erg peuteren.

Is de motie dan wel naar de letter uitgevoerd? Ja, met de hakken over
de sloot, maar naar de geest van de moties van Van Dam en van Gerkens is
niet gehandeld. De ruimhartigheid die dat betracht, heb ik niet gezien. Ik
spreek hierover in politieke zin mijn ongenoegen uit.

Het meest markante punt in de beantwoording over de procedurekwestie
was duidelijk zichtbaar: mag je, als een politiek akkoord is gesloten, het
debat in de Raad over de inhoud van de richtlijn via een B-procedure
heropenen? Daar snakken wij naar; daarom willen wij een B-punt. De minister
zegt dat dit niet kan en geeft de Luxemburgse voorzitter daarin gelijk. De
Kamer had echter juist per motie besloten dat dit wel degelijk tot de
mogelijkheden behoort. Misschien is het in Europa de gewoonte dat een
politiek akkoord als A-punt, als hamerstuk, wordt afgehandeld, maar
sindsdien is er wat gebeurd. De procedurele afspraak in de Raad is dan,
over elk hamerstuk in wording, dat daarvan een B-punt gemaakt kan worden.
Dat dient gehonoreerd te worden. Het gewoonterecht en de procedurele
afspraak hebben elkaar kennelijk gekruist.

Het was in de geest van de motie-Gerkens geweest als de minister had
gekozen voor de procedurele afspraak. Als Denemarken dat wil, beste
vrienden in Europa, dan steunen wij dat verzoek. Dan kunnen wij het debat
over de inhoud van de richtlijn heropenen, want dat is broodnodig gelet op
het vele verzet. Ik leid uit het antwoord van de minister af dat hij dat
niet heeft gedaan. Inderdaad, de motie-Gerkens is naar de letter
uitgevoerd, maar niet naar de geest. Daar spreek ik mijn ongenoegen over
uit. Ik had gehoopt en ik blijf hopen op meer ruimhartigheid tegenover dit
parlement, want wij zijn onjuist geïnformeerd.

De heer '''Van Dam''' (PvdA): Voorzitter. In mijn vorige termijn heb ik gezegd
dat wij vandaag een punt moeten zetten achter de discussie over de
procedurele gang van zaken. Daarbij hoort een oordeelsvorming over de wijze
waarop deze minister invulling heeft gegeven aan de wensen en opdrachten
die hem zijn meegegeven door deze Kamer.

De heer Vendrik heeft daarover ware woorden gesproken. Het is
allemaal begonnen op het moment dat deze minister de Kamer verkeerd
informeerde en daardoor akkoord kon gaan met een richtlijn waar de Kamer
niet achter stond. Na alles wat zich sindsdien met dit dossier heeft
voorgedaan, kun je niet zeggen dat de minister zich bijzonder heeft
ingespannen om tegemoet te komen aan het ongenoegen van de Kamer. Je kunt
niet zeggen dat deze minister zich bijzonder heeft ingespannen om de wens
van de Kamer, een politiek akkoord zodanig aan te passen, op welk moment
dan ook in de procedure dat er een gebalanceerde richtlijn tot stand zou
komen. Je kunt niet zeggen dat de minister die inspanning ruimhartig heeft
gepleegd.

Dat is vaker het geval bij deze minister bij zijn opstelling jegens
de Kamer. Wij hebben daarover al vaker gesproken. Gezien de voorliggende
informatie, de inbreng in de Raad en de afspraken die wij met deze minister
hebben gemaakt, past in dit geval niet het zwaarste oordeel. Daarvoor is de
informatie simpelweg niet hard genoeg. Bovendien is volstrekt onduidelijk
wat in het informele circuit heeft plaatsgevonden.

Ik wil de minister het volgende voorhouden. Wij hebben hem al eerder
een gele kaart gegeven door in een motie te constateren dat hij de Kamer
onjuist had geïnformeerd. Zo langzamerhand roept bij mij de houding van
deze minister jegens de Kamer de nodige irritatie op. Ik raad hem aan,
respectvoller en ruimhartiger om te gaan met de wens die deze Kamer hem
meegeeft.

Al met al kom ik tot de volgende motie die ik mede namens de leden
Vendrik en Kraneveldt indien.

{{{
De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Kamer eerder heeft geconstateerd dat zij verkeerd is
geïnformeerd over de besprekingen in de Raad over softwarepatenten;

overwegende dat de Kamer heeft uitgesproken niet achter het politieke
akkoord te staan en het kabinet heeft verzocht zijn steun aan het akkoord
vanaf dat moment te onthouden;

overwegende dat de bewindslieden sindsdien niet ruimhartig zijn
omgesprongen met de wensen van de Kamer;

spreekt haar ongenoegen uit over de opstelling van de bewindslieden,

en gaat over tot de orde van de dag.
}}}

De '''voorzitter''': Deze motie is voorgesteld door de leden Van Dam, Vendrik en
Kraneveldt. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 89 (21501-30).

De heer '''Hessels''' (CDA): In een van de overwegingen constateert u dat de
Kamer heeft uitgesproken tegen het politieke akkoord te zijn. Ik heb dat
nooit in een aangenomen motie gelezen, wel dat wij hebben geconstateerd dat
de Kamer onjuist was voorgelicht.

De heer '''Van Dam''' (PvdA): De heer Hessels moet de motie-Van Dam dan nog maar
eens nalezen die een maand of tien geleden is aangenomen. Daarin staat dat
het aangenomen politieke akkoord onvoldoende waarborgen biedt om de
excessen van softwarepatentering tegen te gaan. Mij lijkt dat een uitspraak
van de Kamer dat wij niet tevreden zijn met het politieke akkoord.

De heer '''Hessels''' (CDA): In mijn opinie was dat heel iets anders en komt
daarmee niet overeen.

De heer '''Van Dam''' (PvdA): In de motie staat toch een inhoudelijk oordeel over
het feit dat de voorgestelde tekst van de richtlijn onvoldoende waarborgen
biedt om excessen van softwarepatentering tegen te gaan? Dat staat er toch
gewoon in? U heeft daar toen toch voor gestemd? U staat er dan toch achter?
Ik begrijp deze vraag niet zo goed.


'''voorzitter''': '''Cornielje'''


Minister '''Brinkhorst''': Voorzitter. Aan het eind van dit debat zijn twee
moties ingediend. Ik zal daarover namens de regering een oordeel geven. In
de motie-Gerkens c.s. wordt uitgesproken dat de procedures in de afgelopen
Raad Concurrentievermogen niet juist zijn gevolgd. Ik denk dat wij ongeveer
anderhalf uur met elkaar gediscussieerd hebben. Ik heb in die anderhalf uur
duidelijk aangegeven dat de juiste procedures zijn gevolgd. Ik zal nu niet
een uitvoerige inhoudelijke beoordeling geven. Deze motie is dus, vanuit de
regering gezien, uitdrukkelijk niet aanvaardbaar. Dat is voor de regering
dus ook de absolute reden om de Kamer de aanvaarding van deze motie ten
krachtigste te ontraden.

De tweede motie sluit aan op het begrip "ruimhartigheid" dat door de
heer Vendrik naar voren is gebracht. Met geen woord is noch de heer Vendrik
noch de heer Van Dam ingegaan op het ontwerp dat ik als lid van het kabinet
heb ingediend om te komen tot een andere implementatie en een andere
betrokkenheid van het parlement in het voorwerk bij de Europese wetgeving.
De Kamer is zelf vaak keer op keer nalatig om oordelen over voorgenomen
wetgeving in een eerder stadium tot stand te brengen. Tegen die achtergrond
vind ik het merkwaardig dat het woord "ruimhartig" wordt gebruikt. Het is
nu juist mijn zeer uitdrukkelijke democratische inzet om tot een
verbetering van procedures te komen en ervoor te zorgen dat de Kamer eerder
betrokken wordt. Dat is mede ingegeven door de problematiek zoals wij die
onder andere hier gezien hebben. Ik begrijp dus werkelijk niet waar het
oordeel van de heer Vendrik op gebaseerd is.

De heer '''Vendrik''' (GroenLinks): Volgens mij voeren wij hier een debat over
softwarepatentrichtlijnen en de wijze waarop daar in de afgelopen maanden
in de verschillende gremia over besloten is. Een discussie over de nieuwe
procedure rond de implementatie van Europese richtlijnen vind ik een ander
debat. Ik heb het ook niet over de intentie van deze minister. Met alle
respect, intenties interesseren mij niet zoveel. Ik heb het over wat ik
zie, over resultaten. Ik concludeer op grond van de resultaten van de
debatten over de wijze waarop het kabinet is omgegaan met de moties van de
Kamer waarin werd gevraagd om bepaalde daden, dat daar de ruimhartigheid
ontbreekt. Ik heb daar ook een voorbeeld van gegeven, maar daar is de
minister niet op ingegaan. Dat lijkt mij, eerlijk gezegd, iets relevanter
dan de kwestie van de implementatie van Europese richtlijnen as such.

Minister '''Brinkhorst''': Er was geen enkele aanleiding voor de heer Vendrik om
de suggestie te wekken dat er iets verkeerd was met de opstelling van het
kabinet rond de kwestie van softwarepatenten. Dit debat stond heel sterk in
het teken van institutionele verhoudingen. Wij moeten naar nieuwe
institutionele verhoudingen toe. Daar slaat ook het woord "ruimhartig" op.
Ruimhartigheid heeft dus te maken met een visie op de wijze waarmee je
omgaat met wensen van de Kamer om ervoor te zorgen dat wij tot een betere
Europese democratie komen.

Ik kom nu bij mijn oordeel over de motie-Van Dam c.s. op stuk nr. 89.
De heer Van Dam heeft gezegd dat er geen plaats is voor het hardste oordeel
en dat er sprake is van ongenoegen. Ik laat die oordelen nu even voor wat
ze zijn. De kern van de zaak is als volgt. Voordat in mei jongstleden, dus
tien maanden geleden, het AO in de Kamer plaatsvond, zijn niet alleen
verontschuldigingen aangeboden maar is ook gewoon aangegeven wat de basis
is geweest. Ik herinner mij dat heel goed, omdat het politieke akkoord in
afwezigheid van de staatssecretaris is bereikt. Er wordt verwezen naar het
dictum in de motie-Van Dam. Als ik het goed heb, is dat gebaseerd op het
feit dat er onvoldoende waarborgen in eerste termijn waren.
Het gaat nu om het tot stand brengen van een nieuwe ontwikkeling van de
eerste naar de tweede termijn. Die ontwikkeling is door de staatssecretaris
om inhoudelijke redenen opengehouden. In de unilaterale verklaring wordt
ervan uitgegaan dat wij naar een nieuwe balans gaan tussen de grotere en
kleinere bedrijven. Dit is erg belangrijk. Daarom ook moet ik om
inhoudelijke redenen deze motie afwijzen. Daarin wordt namelijk onvoldoende
rekening gehouden met het feit dat het kabinet op inhoudelijke gronden van
mening is dat wij tot een betere positie moeten geraken. Daarom vindt het
kabinet deze motie onaanvaardbaar.

De beraadslaging wordt gesloten.

De '''voorzitter''': Ik stel voor, volgende week dinsdag te stemmen
over de ingediende moties.

Daartoe wordt besloten.