OctrooiEz

Reeds lang geleden heeft men het idee opgevat dat wanneer innovaties zo maar gekopieerd kunnen worden dat wel eens nadelig zou kunnen zijn voor de innovatie in het algemeen. Als iemand iets leuks bedenkt en ieder ander kan dat zo maar namaken zonder te hoeven investeren in duur onderzoek, dan gaat de lol er snel vanaf, zo was de redenering.

Daarom werden er documenten uitgegeven die uitvinders exclusieve rechten gaven op het exploiteren van hun uitvindingen. Zo werd in 1641 reeds een productiemethode van zout geoctrooieerd. Door uitvinders tijdelijke monopolie winsten in het vooruitzicht te stellen zou innovatie gestimuleerd kunnen worden. Nadeel is echter dat de monopoliepositie een inefficient gebruik van de onderliggende kennis met zich mee brengt, omdat anderen geen gebruik van die kennis kunnen maken.

Octrooien kunnen dus tot op zeker hoogte de creatie van kennis stimuleren, maar gaan het vrije gebruik daarvan tegen. Men loopt het gevaar dat wanneer er te veel octrooien worden toegekend op een gegeven moment het gebruik van algemeen bruikbare kennis in het gedrang komt, wat innovatie juist weer tegengaat. Dit ook al omdat veel uitvindingen voortborduren op eerdere vindingen, het zogenaamde “standing on the shoulders” effect.

Verder grijpen octrooien in in de normale vrije-marktwerking en maken ze concurrentie onmogelijk. En dat is toch wel een groot nadeel, zeker in een tijd dat gepoogd wordt overheidsbemoeienis en regeldruk te verminderen en door middel van privatisering op allerlei gebied concurrentie te stimuleren om zo lagere prijzen voor de eindgebruiker te bewerkstelligen.

De uitdaging waar we voor staan is een manier te vinden waarbij uitvinders kunnen worden beloond voor hun inspanningen zonder de normale vrije-markt werking te schaden en zonder het voortborduren op eerdere vindingen onmogelijk te maken. Dit is van fundamenteel belang voor het functioneren van de samenleving en het is dan ook zeer ten onrechte dat intellectuele eigendomsvraagstukken tot voor kort weinig politieke belangstelling hadden. Illustratief is bijvoorbeeld het feit dat Tweede-Kamerlid Weisglas daags na zijn verkiezing tot kamervoorzitter verklaarde “er ook wel voordeel van te hebben gehad woordvoerder te zijn geweest op een gebied dat veel publieke belangstelling geniet, namelijk het buitenlands beleid, en niet het octrooirecht of zo” [BUITENHOF].

Het is dan ook niet verwonderlijk dat belanghebbenden, veelal grootindustriele bedrijven, jarenlang in hebben gedicteerd hoe de bescherming van intellectueel eigendom werd vormgegeven, waarbij de sociale kosten gepaard met het verdwijnen van het publieke domein als bron van kennis en inspiratie grotendeels buiten beschouwing werden gelaten.

Zo werd het octrooi systeem dat gebaseerd is op de Parijse conventie steeds verder verankerd in het rechtssysteem, terwijl dit klassieke octrooi systeem toch wel de neiging heeft de grootindustrie met haar diepe zakken in de kaart te spelen. Ter illustratie een citaat uit “Born”, het blad van de “Bond van Ondernemers in de radiobranche in Nederland”, over de licentie-strijd tussen Philips en „de kleine man met het confectiepakje an” een kleine eeuw geleden, waarin Philips aan het korste eind trok:

“Na afloop van het geding De Raadt - Philips op 27 Januari 1931 sprak de Philips-deskundige hard op: 'Ziezoo nu hebt gij Philips den hals afgesneden, nu kunt gij de tegenpartij op gaan hangen'. Dat sprak al boekdeelen!, vooral na dien slag in grooten stijl voor de arbiters, waarbij Mr. Hamming in een pleidooi van een paar uur zijn belezenheid op het terrein van het internationaal octrooirecht ten toon spreidde, de internationale belangen der groot-industrie bepleitte en ten slotte helaas in de Eindhovensche kaarten liet kijken door zich bloot te geven in de ontboezeming: 'wat doet die kleine man in de kou, dan komt hij op het gebied der octrooien, waar hij toch geen verstand van heeft; octrooien zijn er alléén voor de groot-industrie'!!” [Born1931]

Achteraf bezien is het met het afsnijden van “den hals” nog wel mee gevallen en zijn uiteindelijk de meeste Born bedrijven ofwel opgekocht ofwel anderzins beëindigd. De uitspraak dat octrooien er alleen voor de groot-industrie zijn kon wat echter wel eens dichter bij de waarheid zitten dan wel eens wordt gedacht. Universiteiten en het MBK weigeren steevast de geneugten van het octrooisysteem te onderkennen en daaruit zou men kunnen concluderen dat het octrooisysteem voor hen domweg minder geschikt is. Het is tenslotte een systeem waarbij de (aanzienlijke) kosten voor de baten gaan. Op die manier creëert het klassieke octrooisysteem rechtsongelijkheid, hetgeen geen goede zaak is. En dat is niet het enige probleem:

De belangrijkste problemen met het klassieke octrooi systeem

Kosten gaan voor de baten – de kosten voor het verkrijgen van een octrooi liggen in tijd voor een eventueel commercialisatie traject, terwijl veelal helemaal niet duidelijk is of er ooit wel geld verdiend kan worden aan het octrooi. Dit benadeelt innovators met een kleine beurs. Inefficient – er wordt heel veel geld besteedt aan het vastleggen van rechten die veelal nooit worden gebruikt – er komen relatief erg weinig inbreukszaken voor de rechter. Belemmert vroege openbaarmaking en hindert daardoor vervolg innovatie. Slechte openbaarmaking – juridische taal, niet bruikbaar voor technici en hindert daardoor vervolg innovatie. Langzaam – toetsing duurt lang met een al even lange periode van onzekerheid voor octrooihouder én derden. Geen oplossing voor het dilemma van Dutfield. Als innovatie in kleine stappen verloopt, is het nodig om de drempel laag te leggen om al die kleine stappen te kunnen beschermen. Dit legt een enorm beslag op de octrooibureaus en maakt het octrooisysteem inherent onbruikbaar voor incrementele innovaties. Kwaliteit – toetsing blijkt vaak niet toereikend (Giskes). Zelfs de nieuwheidstoets blijkt al problemen te geven. Plicht tot geheimhouding dwingt bedrijven vroeg te investeren in zaken die wellicht nooit iets opleveren en dwingt wetenschappers tot een moeilijke keuze: patenteren óf publiceren!

Het is dan ook niet verwonderlijk dat met de immer toenemende globalisering en door vliegtuig en communicatietechniek kleiner wordende wereld het klassieke systeem tot in zijn voegen kraakt. Het is tijd na te denken over een moderne beschermingsvorm die gebruik maakt van de communicatietechniek van de 21e eeuw en waarmee het octrooi gelaten wordt aan “echte uitvindingen”, uitvindingen die meer fundamenteel dan incrementeel van karakter zijn en waarbij er sprake is van een wezenlijk inventieve stap.

Daarom willen wij een aantal voorstellen doen aan de hand waarvan gekeken zou kunnen worden naar mogelijkheden om een nieuwe beschermingsmogelijkheid toe te voegen aan het huidige beschermingsarsenaal. Hierbij moet dat additionele nieuwe systeem een aantal eigenschappen hebben dat we al kennen uit het auteursrecht en het name voor het MKB en universiteiten geschikt maakt:

snel goedkoop – kosten pas op het moment dat conflicten ontstaan specifiek veilig – kleine kans op grote kosten door onbedoelde inbreuk transparant

In zijn paper “an International Patent Utopia?” doet Paul Geller een interessant voorstel[Geller03]. Hij beschrijft een “global first-to-post system” dat op het volgende neer komt:

Maak een (online) database waarin laagdrempelig ideëen/vindingen gepubliceerd kunnen worden en zorg dat er wettelijke mogelijkheden komen waarmee aan de hand van die publicaties freeriders en copycats aangepakt kunnen worden.

twijfel of alleenrecht wel geeigende middel is om innovatie te stimuleren. Zie ook Theeuwes -- kennis creatie / kennis diffusie.

  • Kennis diffusie moet gestimuleerd worden: - goede openbaarmaking - dwang licentie's (RAND)

Commentaar Discussienotitie Actieplan Octrooibeleid

Discussienotitie Actieplan Octrooibeleid -- Aftrap van een discussie met belanghebbenden

Belangrijkste knelpunten in het octrooisysteem

1. Onbekendheid met het systeem

Veel MKB'ers weten niet goed wat het octrooisysteem voor hen zou kunnen doen (octrooiliteratuur als inspiratiebron en het octrooi als bescherming van eigen kennis). Ook weet men vaak nog onvoldoende de weg in het octrooisysteem (o.a. databases), weten MKB'ers niet goed welke beschermingsmogelijkheden er allemaal zijn en weten ze niet goed de waarde in te schatten van een octrooi.

Hier dient de kanttekening gemaakt te worden dat de openbaarmaking van octrooien in veel gevallen niet voldoet, zoals de commissie Giskes constateert:

"Het feit dat octrooien op software en/of computerprogramma's in onvoldoende mate voldoen aan het octrooirechtelijke vereiste van nawerkbare openbaarmaking, waardoor de bijdrage aan de stand van de techniek ook voor een deskundige verborgen blijft en het aan het octrooirecht ten grondslag liggende quid pro quo principe geweld wordtaangedaan."

De vraag is of dit alleen voor voor softare octrooien geldt, of dat dit ook voor andere octrooien het geval is. De veronderstelling dat ook op andere gebieden de openbaarmaking te wensen over laat ligt voor de hand, omdat octrooi beschrijvingen immers door juristen worden opgesteld.

Dit is een belangrijke constatering, omdat openbaarmaking een van de meest wezenlijke aspecten van octrooien dient te zijn. Als de openbaarmaking onvoldoende is, komt er van de "inspiratiebron" weinig terecht en vervalt het octrooi systeem tot een duur instrument om concurrentie tegen te gaan, zonder dat daar voor de maatschappij enig nut tegenover staat.

Verder laten de databases van EPO sterk te wensen over. De openbaarmaking vindt plaats middels PDF bestanden die om te beginnen niet in zijn geheel te downloaden zijn. Ook is onduidelijk wat de status van een bepaald octrooi is en welke beschrijving men nu precies moet hebben. Veelal staan er meerdere documenten met hetzelfde nummer,waarbij verschillende versie's zijn (A1,A2,A3,B1) zonder dat duidelijk is welke versie men nu moet hebben.

FFII heeft voor software octrooien een database opgezet, waarbij de tekst rechtstreeks met een browser te lezen is. In de eerste alinia is in een opslag duidelijk wat de status van een octrooi is en doordat de tekst op het internet staat, kan op alle mogelijke manieren met behulp van google gezocht worden in de database, terwijl de EPO database alleen binnen de abstract gezocht kan worden.

Voor wat betreft de opmerking dat MKBers "niet goed de waarde in [weten] te schatten van een octrooi" het volgende.

Naar onze mening is dit een hardnekkige mythe die nergens op gestoeld is. Uit de kamerbrief van 26 maart 2002 blijkt dat MKB Nederland heel goed inhoudelijk beargumenteert wat de bezwaren van het MKB tegen octrooien zijn:

MKB en octrooien

Verschillende leden van uw commissie hebben in het Algemeen Overleg van 13 december 2001 de aandacht gevestigd op de positie van het MKB. Mij is gevraagd naar de knelpunten die de organisatie MKB-Nederland momenteel op het terrein van octrooien ziet. Deze organisatie wijst erop dat met name kleinere leden zich op het standpunt stellen dat octrooieren voor hen geen zin heeft. Voor hen betekent octrooieren openbaarmaking van recentelijk ontwikkelde kennis waardoor concurrenten toekomstige marktactiviteiten van het octrooierende bedrijf kunnen inschatten. Daarbij zijn het vooral grote internationale bedrijven die het zich kunnen veroorloven octrooiaanvragen te screenen en zich zo kunnen voorbereiden op de marktintroductie van nieuwe producten van kleine bedrijven. Die grote bedrijven kunnen dan snel een alternatief ontwikkelen, proberen verkoopkanalen voor MKB-bedrijven minder toegankelijk te maken of een vijandige overnamestrategie volgen. Zelf beperk ik mij tot de vaststelling dat het octrooi-instrument inderdaad niet voor iedereen in alle gevallen geschikt is. Ook toont dit punt in feite aan dat geheimhouding soms een goedkoper en effectiever methode is om kennis te beschermen. Ik berichtte u daarover door middel van de beleidsverkenning Intellectueel Eigendom en Innovatie die ik u op 5 december 2001 toezond.

Verder noemt MKB-Nederland de omstandigheid dat veel gebruikers octrooiering als zodanig juridisch lastig, complex en kostbaar vinden. Ook spreekt het MKB uit dat het de octrooiliteratuur als moeilijk toegankelijk ervaart. Ik kan over deze problemen zeggen dat het beleidsstreven er al geruime tijd op is gericht te komen tot een vereenvoudiging van octrooiregelgeving en kostenreductie voor gebruikers.

"Zelf beperk ik mij tot de vaststelling dat het octrooi-instrument inderdaad niet voor iedereen in alle gevallen geschikt is."

Het is naar onze mening veel te kort door de bocht om te veronderstellen dat octrooien een soort universele waarde vertegenwoordigen waar iedereen wat mee kan. Zoals staatssecretaris Ybema al vaststelde, is het octrooi instrument niet voor iedereen geschikt. Met name voor MKBers levert openbaarmaking een risico op, terwijl bijvoorbeeld helemaal niet zeker is of men wel een octrooi krijgt. Vervolgens kan het jaren duren voor een octrooi uiteindelijk wordt toegekend en ook dan levert het nog niets op. Het is een extra investering zonder dat daar directe baten tegenover staan, een investering die ook aan daadwerkelijke innovatie besteedt zou kunnen worden waar wel directe baten tegenover staan.

Hier bekruipt je toch een rendez-vous gevoel. Ook bij de Europese grondwet bleef men volhouden dat die zo goed zou zijn voor de burger. En tegen de burger die het daar niet mee eens was, werd gezegd "dan moeten we het nog een keer uitleggen -- u begrijpt het niet".

MKB Nederland geeft aan dat "met name kleinere leden zich op het standpunt stellen dat octrooieren voor hen geen zin heeft". Kleine software bedrijven kwamen massaal in opstand tegen de beoogde invoering van software octrooien. Het MKB weet heel goed wat de waarde van octrooien voor hen zijn. Octrooien kunnen waardevol zijn, maar leveren voor kleine bedrijven gewoon meer rompslomp op dan dat ze opleveren, uitzonderingen daar gelaten.

Het is onbegrijpelijk dat duidelijke signalen in die richting steevast worden genegeerd en afgedaan als "u begrijpt het niet, we moeten het nog een keer uitleggen."

2. Kosten van het octrooisysteem (Octrooigemachtigden, taksen, vertalingen, handhaving van het recht/juridische procedures)

Het aanvragen, instandhouden en in rechte handhaven van een octrooi is zeer kostbaar. Voor een zesjarig Nederlands octrooi is men circa EUR 4000 kwijt en voor een twintigjarig Nederlands octrooi circa EUR 14.000 (incl. de kosten van een gemachtigde en alle taksen). Dan is er nog geen procedure gevoerd; het eventueel handhaven van een octrooi kost nog veel meer geld. Ook het uitbreiden van het octrooi naar het buitenland brengt veel extra (vertaal)kosten met zich mee.

Een belangrijk punt dat gemist wordt is dat de kosten voor de baten uit gaan. Zelfs al zou een octrooi gratis verstrekt worden dan nog levert het niets op, maar is men nog steeds wel veel geld kwijt aan de octrooigemachtigde. En als men dan in ogenschouw neemt dat zelfs wanneer men een patent verkregen heeft men nog helemaal niet weet of het wel kansen heeft op de markt, dan wordt duidelijk dat het aanvragen van een octrooi in veel gevallen gewoon niet de juiste oplossing is.

3. Complexe regelgeving/kwaliteit octrooiverlening

Octrooiregelgeving is ingewikkeld, kent complexe procedures en is internationaal vaak (nog) verschillend. Ook het "halen van je recht" is lastig, vooral internationaal omdat men vaak in meerdere landen tegelijk moet procederen ingeval van inbreuk. Een bijkomend punt is dat er soms misverstanden zijn over de waarde van een Nederlands octrooi. Toetsing is in Nederland vrijblijvend en bij het 6-jarig octrooi wordt in het geheel niet getoetst. Deze situatie vergt voortdurende voorlichting en zelfredzaamheid van de gebruikers om op eigen kracht in te schatten wat de waarde is van een octrooi.

Wederom de misvatting dat octrooien waardevol zijn. Die waarde komt pas als het octrooi is toegekend én er een winstgevend product is én er een inbreukmaker is. Maar er staat wel een heleboel rompslomp tegenover die het instrument erg kostbaar maken.

4. Relatie kennisinstellingen en MKB'ers (Nog niet altijd soepele overdracht ontwikkelde kennis)

De overdracht van octrooien en kennis van universiteiten en andere kennisinstellingen wordt regelmatig als knelpunt ervaren. Het gaat hier deels om het wennen aan een nieuwe rol; met name universiteiten moeten een professionaliseringsslag maken in hun interne organisatie om o.a. bewust om te gaan met de mogelijkheden die het octrooisysteem biedt. Ook zijn bijv. klachten bekend over de moeizame onderhandelingen tussen kennisinstellingen en starters t.a.v. de eigendom van gezamenlijk ontwikkelde kennis.

Ook hier komt weer het "u begrijpt het niet, we moeten het nog een keer uitleggen" syndroom naar voren. In het AWT (Adviesraad voor Wetenschaps en Technologiebeleid" rapport "Handelen met kennis – Universitair octrooibeleid omwille van kennisbenutting" komt men tot de conclusie "Universiteiten moeten niet zelf willen octrooieren":

"De kennis van universiteiten kan door het bedrijfsleven beter worden benut. Eén van de middelen daartoe is het octrooieren van universitaire vindingen. Uitgangspunt daarbij moet zijn, dat de universiteiten niet per se zelf de octrooien aanvragen, maar dat zoveel mogelijk aan bedrijven overlaten die er een innovatiekans in zien. Dat kunnen zowel bestaande bedrijven zijn als starters vanuit de universiteiten. De universiteiten moeten datgene doen met publiek geld waar ze goed in zijn: kennis ontwikkelen en overdragen, zij moeten er niet op uit zijn te trachten geld te verdienen met een eigen octrooiportefeuille."

Blijkbaar was dit niet wat het BIE graag wilde horen. Vandaar dat ze het nog een keer aan de Universiteiten uitleggen in de folder "onderzoeken met octrooikennis -- Octrooi-informatie voor universiteiten en research instituten" (maart 2005) :

"Voor kennisinstellingen is onderzoek vaak afgerond nadat de resultaten zijn gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift of vakblad. Het resultaat van wetenschappelijk onderzoek kan echter aan waarde winnen wanneer ­ voorafgaand aan publicatie ­ een octrooi wordt aangevraagd. Een octrooi geeft namelijk aan de houder ervan het exclusieve recht de uitvinding gedurende een periode van twintig jaar te exploiteren. Deze brochure zet de beschermingsmogelijkheden voor een uitvinding op een rij."

En men waarschuwt:

"Wanneer u afziet van het vestigen van een octrooirecht, zijn er wellicht toch bedrijven die geïnteresseerd zijn in uw uitvinding. Omdat u echter geen wettelijk eigenaar bent van uw uitvinding, is het niet verstandig zonder meer met bedrijven en partijen in onderhandeling te gaan. Ervaring leert dat zelfs geheimhoudingsverklaringen (non-disclosure agreements) lang niet altijd ­ voorafgaand aan besprekingen ­ worden opgesteld. En als dat wel het geval is, houden bedrijven zich daar niet altijd aan."


\\//


Mogelijke nieuwe acties

Voorlichting

a) Extra accent op voorlichting; octrooien niet altijd zaligmakend; óók aandacht voor andere beschermingsvormen

Aan octrooien kleven ook nadelen en in bepaalde situaties is geheimhouding doeltreffender.

b) Gerichte voorlichting t.a.v. proces rond taksenbetaling

Gaat erom dat helder wordt uitgelegd hoe gebruikers ook zelf de taksen rechtstreeks kunnen betalen, zonder tussenkomst van een octrooigemachtigde. Verloopt momenteel niet altijd naar tevredenheid van gebruikers.

c) (Digitale) folder over BIE maken voor gebruikers van innovatie-instrumentarium

Beeld is dat gebruikers van het instrumentarium onvoldoende de mogelijkheden van het octrooi-systeem benutten. Deels zouden we moeten attenderen op belang van bescherming van resultaten die voortvloeien uit R&D. Maar ook is het van groot belang dat vóór dat men met de EZ-subsidie op zak, begint met onderzoek en ontwikkeling, zich eerst laat inspireren door de enorme schat aan kennis in octrooiregisters. Dit kan de kwaliteit en effectiviteit van de eigen onderzoeksactiviteiten sterk vergroten.


//\\



\\//


-:-

Kosten van het octrooisysteem

d) Kennisvoucher ook inzetten voor octrooikosten

Is steun voor kleine en middelgrote bedrijven en kennisinstellingen om deel van de octrooikosten te drukken.

e) Internationaal vergelijkend onderzoek naar kosten octrooigemachtigden

Er bestaan enkele indicaties dat octrooigemachtigden in het buitenland goedkoper zijn. Onderzocht zou kunnen worden of dit beeld juist is en welke factoren (bijv. verschil in regelgeving) hieraan ten grondslag liggen.


//\\



\\//


-:-

Complexe regelgeving/kwaliteit van verlening (evaluatie Rijksoctrooiwet)

f) On-line indienen van octrooi-aanvraag mogelijk maken

Is gemakkelijker en sneller voor gebruikers.

g) Pre-filing search-service (indicatief nieuwheidsonderzoek) verbreden

Bureau IE verricht momenteel pre-filing searches in de octrooiliteratuur in het kader van voorlichting aan ondernemers. Hiervoor geldt een maximum van 2 searches per ondernemer en het moet gaan om ondernemers die slechts weinig ervaring hebben met het octrooisysteem. Deze service zou breder kunnen worden aangeboden. De prefiling searches geven de ondernemer een inzicht in wat er t.a.v. een bepaald onderwerp in de octrooiliteratuur te vinden is. Een ondernemer kan vervolgens bijv. beter voor zichzelf de vraag beantwoorden of het zin heeft octrooi aan te vragen en zich zo mogelijk aanvraagkosten besparen.

-:-

Relatie kennisinstellingen en MKB'ers (soepele overdracht van kennis)

h) Best practices kennisoverdracht kennisinstellingen en MKB

Er bestaan problemen bij samenwerking tussen het MKB en kennisinstellingen bij kennisoverdracht (o.a. down payment vs running royalties; verschil in perceptie voorwaarden overdracht kennis/octrooien). Een optie is om in samenwerking met betrokken partijen (kennisinstellingen, VNO-NCW en MKB-Nederland etc.) op basis van bestudering van best practices (Leuven, Stanford, MIT, Cambridge etc) te komen tot een beschrijving van het in de praktijk meest succesvolle samenwerkingsmodel.

Langere termijn

Kosten van het octrooisysteem

i) Reductie Nederlandse (jaar)taksen

Nederland hanteert hogere taksen dan het overgrote deel van de andere EU-landen. Voor dit verschil t.o.v. andere landen ontbreekt de ratio. Dit lijkt vooral nadelig voor het Nederlands MKB dat relatief veel meer afhankelijk is van de thuismarkt. Nadeel van een eventuele reductie is dat het reductievoordeel voor een groot deel wegvloeit naar het buitenland; immers; ook buitenlandse houders van Nederlandse octrooien profiteren van lagere taksen.

Complexe regelgeving/kwaliteit van verlening (evaluatie Rijksoctrooiwet)


//\\



\\//


j) Via één loket toegang tot industriële eigendomsrechten in de Benelux

Voordeel is meer gemak voor de gebruiker door nu ­net als in de rest van de EU- één loket te hebben voor het hele terrein van Industriële eigendom. Afhankelijk van de prijs die aan de gebruiker in rekening wordt gebracht, is er bovendien mogelijk het voordeel dat het verkrijgen van bescherming in de Benelux goedkoper wordt dan in de huidige situatie. Daarnaast kan er eventueel voor de overheid zelf ook een efficiency-voordeel ontstaan. Of deze kostenvoordelen daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd is onduidelijk. Dit zou nader moeten worden onderzocht.

k) Invoering in Nederland van "written opinion"(zoals EOB reeds doet)

Dit is een service waarbij de klant kan verzoeken om tegelijkertijd met het nieuwheidsrapport een opinie over de octrooieerbaarheid te ontvangen. Voordeel hiervan is dat gebruiker en derden zich een beter beeld kunnen verschaffen van de octrooieerbaarheid van de vinding. Overigens is het zo dat de wetgever met de invoering van de Rijksoctrooiwet 1995 juist bewust ervoor heeft gekozen gebruikers die méér willen dan slechts een nieuwheidsrapport, te verwijzen naar het Europees Octrooibureau. Een octrooi-aanvraag wordt door het EOB immers volledig getoetst. Het standaard leveren van een written opinion als onderdeel van de procedure voor het krijgen van een Nederlands octrooi via Bureau IE, heeft een kostenverhogend effect voor de overheid. Als de kosten zouden worden doorberekend aan de gebruiker wordt het Nederlands octrooi duurder.

l) Afschaffing 6-jarig Nederlands octrooi.

Voordeel is dat er dan niet langer octrooien worden verleend waarnaar in geheel geen nieuwheidsonderzoek is gedaan. Door deze afschaffing onstaan er minder "waardeloze octrooien" waar juist het MKB per saldo meer last dan plezier van heeft. Dit voordeel moet worden afgewogen tegen de bedoelingen van de wetgever met de Rijksoctrooiwet: verbetering van de toegankelijkheid van het octrooisysteem voor kleinere gebruikers en de creatie van een snelle nationale opstap voor alsnog aanvragen van een volwaardig octrooi bij het EOB.

Vragenlijst "Praat mee over octrooibeleid"

  • Vragen gemerkt met een * zijn verplicht.

1A. Voldoet het Nederlandse systeem van (ongetoetste) 6- en 20-jarige octrooien voor zowel aanvragers, houders als voor hen die met octrooirechten kunnen worden geconfronteerd aan de eisen van snel, eenvoudig, goedkoop en tegelijkertijd kwalitatief goed en zo ja, waarom? Zo nee, welke aanpassingen aan het systeem of welk alternatieve systeem zou hierin verbetering kunnen brengen?

1B. Zouden deze aanpassingen aan het systeem of dit alternatieve systeem voor u kunnen leiden tot een andere afweging bij de keuze voor een nationaal of Europees octrooi en zo ja, waarom?

2.Zijn er kosten die een drempel vormen voor het aanvragen van een octrooi en zo ja welke en waarom? Betreft het hier een nationale of Europese octrooiaanvraag? In welke richting moeten de oplossingen worden gezocht?

3.De overdracht van al of niet geoctrooieerde kennis van publieke kennisinstellingen aan starters/MKB verloopt moeizaam. Hoe zou dit probleem kunnen worden aangepakt en door wie?

4A. Wat is uw mening over de kwaliteit en snelheid van de Europese octrooiverlening?

4B. Wat is uw mening over de wijze waarop de criteria t.a.v. nieuwheid, inventiviteit en industriele toepasbaarheid worden toegepast?

Patent examiners krijgen punten toegekend wanneer ze een aanvraag afgehandeld hebben, welke van belang zijn voor hun carrierre en mede hun salaris bepalen. Het is zelfs zo dat examiners die minder kritisch te werk gaan en daardoor een hogere productie halen een grotere kans op promotie maken dan kritischere collega's. Dit is natuurlijk funest voor de kwaliteit van de octrooi verlening.

Nu is het zo dat men voor een afwijzing evenveel punten krijgt als voor een verlening, terwijl een afwijzing veel meer werk is. Dit zou moeten veranderen, zodat grondig te werk gaan beloond wordt. Te denken valt aan 3-5 punten in plaats van 1 punt bij het afwijzen van een octrooi aanvraag.

http://swpat.ffii.org/players/epo/index.en.html

"Those who were very productive, i.e. very permissive, have been promoted to become today's directors, i.e. heads of directorates, which is what the examination divisions are called.

Low examination quality has right from the start been an invitable part of this system."

5.Maakt u wel eens gebruik van de diensten van Octrooicentrum Nederland en/of het Benelux Merkenbureau en zo ja, heeft u er last van dat u voor octrooibescherming en bescherming van andere industriele eigendomsrechten bij 2 verschillende instanties moet aankloppen en zo ja, waarom?

Naam bedrijf/instelling: * Uw naam: * Uw e-mailadres: * Ik verleen hierbij toestemming tot eventuele publicatie van mijn reactie op deze website. *

(_) Ja, ik verleen toestemming (_) Nee, ik verleen geen toestemming

[BUITENHOF]

http://www.ivir.nl/publicaties/bakels/IER_RBB.PDF :

Tweede-Kamerlid Weisglas verklaarde daags na zijn verkiezing tot kamervoorzitter er ook wel voordeel van te hebben gehad woordvoerder te zijn geweest op een gebied dat veel publieke belangstelling geniet, namelijk het buitenlands beleid, en niet het octrooirecht of zo.

Televisieprogramma Buitenhof, 26 mei 2002

Zie ook: http://www.vpro.nl/programma/buitenhof/afleveringen/5949919/items/6876168/

[Born1931] „Born”, 2e jaargang, No. 12, Vrijdag 20 Maart 1931

[Geller03] Paul Geller 2003: International Patent Utopia? (originally published in the European Intellectual Property Review, 2003, 515, and then in French translation in Propriétés intellectuelles, 2004, 503, in German translation in GRUR Int., 2004, 271, and in Chinese translation in Intellectual Property Studies, 2004, no. 15, 78.) http://www-rcf.usc.edu/~pgeller/patutopia.pdf

Discussion papers about future of I2P

Paper by Jerome Reichmann (Duke Univ) on a similar subject http://eprints.law.duke.edu/archive/00000456/ http://eprints.law.duke.edu/archive/00000456/01/53_Vand._L._Rev._1743_(2000).pdf Wikipedia on idea expression divide: http://en.wikipedia.org/wiki/Idea-expression_divide

De inhoud van deze site is zonder enige vorm van garantie beschikbaar onder zowel de GNU Free Documentation License als de Creative Commons Naamsvermelding-Gelijk delen-licentie